Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 worden goedgekeurd.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het gecoördineerd retributiereglement 2026-2031 Sociaal Huis vast. Het reglement wordt als bijlage bij het besluit gevoegd en geviseerd.
Artikel 2: Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het reglement vervangt het gecoördineerd tariefreglement van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 augustus 2025, dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt de reglement via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2. In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de lijst van nominatieve subsidies 2026 - deel OCMW vast, zoals toegevoegd in bijlage.
Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur maakt de voorzitter van het vast bureau het besluit en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente (gekwalificeerd als "reglement").
Op dezelfde dag brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de goedkeuring van de jaarrekening 2024 door de toezichthoudende overheid.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW vast. Het meerjarenplan en de verplichte bijlagen worden als bijlage toegevoegd en geviseerd.
Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §1 3° van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester het besluit en de inhoud van het beleidsrapport bekend via de webtoepassing van de gemeente binnen de 10 dagen nadat ze genomen zijn.
Op dezelfde dag brengt de gemeente overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
De keuze voor de huurprijs van 205,47 euro per maand is historisch gegroeid maar is heel laag. De huurprijs wordt verhoogd maar de vooropgestelde doelgroep wordt in gedachten houden waardoor betaalbaar wonen mogelijk blijft.
Huurprijs woning
- 0 euro < 1.314,20 euro/maand (leefloon): 255,47 euro
- 1.314,20 euro - < 1.714,20 euro/maand: 355,47 euro
- 1.714,20 euro - < 2.114,20 euro/maand: 455,47 euro
- 2.114,20 euro - < 2.514,20 euro/maand: 555,47 euro
- ≥ 2.514,20 euro/maand: 655,47 euro
Huurprijs garage
- 0 euro < 1.314,20 euro/maand (leefloon): 44,38 euro
- 1.314,20 euro - < 1.714,20 euro/maand: 54,38 euro
- 1.714,20 euro - < 2.114,20 euro/maand: 64,38 euro
- 2.114,20 euro - < 2.514,20 euro/maand: 74,38 euro
- ≥ 2.514,20 euro/maand: 84,38 euro
Bij de opstart van een overeenkomst zullen de inkomensgrenzen aangepast worden aan de leefloonbarema’s die op dat ogenblik geldig zijn.
De huurprijs zal op dat ogenblik ook dezelfde procentuele stijging volgen, ten aanzien van de eventuele stijging van het leefloonbarema.
De wijziging zal enkel toegepast worden bij nieuwe overeenkomsten en kan niet aangepast worden bij een lopende overeenkomst.
De jaarlijkse indexering zal verder verlopen volgens de regels van het Vlaams Woninghuurdecreet.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het aangepast reglement bejaardenwoning goed met ingang van 1 januari 2026:
1. Doelstelling
Het Sociaal Huis Zulte biedt aangepaste huisvesting voor senioren aan om zelfstandig te wonen. Indien gewenst kan er beroep gedaan worden op de dienstverlening vanuit het Sociaal Huis om hen daarin bij te staan. Centraal staat het individueel en kwaliteitsvol wonen.
2. Locatie
De reglementering is van toepassing op de 55 bejaardenwoningen gelegen in de 3 deelgemeenten van Zulte, met name
- 25 bejaardenwoningen in het Moerbeekpark te Zulte
- 15 bejaardenwoningen in de St. Pieterstraat te Olsene
- 15 bejaardenwoningen in het Guldepark te Machelen
3. Accommodatie
Elke bejaardenwoning bestaat uit:
- Inkomhal
- Bergruimte
- Ingerichte keuken (keukenkasten bovenaan en onderaan, gootsteen, kookplaat en dampkap)
- Leefruimte/woonkamer
- Eén slaapkamer
- Badkamer (douche, toilet en lavabo)
- Terras met kleine tuin
- Voortuintje
De woningen zijn gelijkvloers en kunnen naar eigen smaak ingericht worden, zonder structurele wijzigingen aan te brengen. De huurders dienen de woning als een goede huisvader te beheren en dit in overeenstemming met het huurcontract dat bij aanvang van de huur moet getekend worden.
4. Doelgroep
De bejaardenwoningen richten zich tot ouderen vanaf 65 jaar die inwoner zijn van Zulte en een onaangepaste woning (al dan niet in eigendom) betrekken. De kandidaat-huurders kunnen zowel alleenstaanden als echtparen zijn (waarvan minimum één persoon voldoet aan de leeftijd van 65 jaar). Wanneer er bijzondere omstandigheden van sociale aard zijn die te motiveren zijn op basis van een sociaal verslag, kan er uitzonderlijk afgeweken worden van de leeftijdsvoorwaarde van 65 jaar en van de rangschikking op de wachtlijst.
De onaangepastheid van de woning kan zich uiten op verschillende vlakken:
- Ongeschiktheid van de woning (verouderde woning, grote tuin,…)
- Medische problematiek (betrokkene kan geen trappen meer doen,…)
- Financieel (een te hoge huurprijs in verhouding tot de beschikbare inkomsten)
Meestal zal een combinatie van inschrijvingsdatum en bovenstaande factoren doorslaggevend zijn bij een toewijs.
5. Huurprijs
De huurprijs bij opstart wordt zodoende als volgt bepaald, waarbij het netto-inkomen gebaseerd is op de grenzen van leefloongerechtigden (cfr. Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie). De nieuwe barema's met ingang van 1 februari 2025 zijn (leefloon alleenstaande= 1.314,20 euro):
Huurprijs woning
Huurprijs garage
Bij de opstart van een overeenkomst zullen de inkomensgrenzen aangepast worden aan de leefloonbarema’s die op dat ogenblik geldig zijn. De huurprijs zal op dat ogenblik ook dezelfde procentuele stijging volgen, ten aanzien van de eventuele stijging van het leefloonbarema. De wijziging zal enkel toegepast worden bij nieuwe overeenkomsten en kan niet aangepast worden bij een lopende overeenkomst. De jaarlijkse indexering zal verder verlopen volgens de regels van het Vlaams Woninghuurdecreet.
Voor beide verhuringen (bejaardenwoning én garage) wordt een apart huurcontract opgemaakt, met inbegrip van waarborgen.
6. Wachtlijst
Wanneer iemand aan de voorwaarden voldoet, kan deze zich laten inschrijven op de wachtlijst bij de verantwoordelijke voor de huisvesting. Er kan een keuze gemaakt worden om zich in te schrijven voor een bejaardenwoning in één of meerdere deelgemeenten.
Er is één wachtlijst die chronologisch volgens inschrijvingsdatum, bestaat uit dringende en niet-dringende aanvragen.
Een dringende aanvraag wordt beschouwd als een dossier waarbij de bejaarde onmiddellijk wenst te verhuizen mocht er een woning vrijkomen. Een niet-dringende aanvraag gebeurt door bejaarden die slechts op langere termijn wensen te verhuizen. Deze zullen pas gecontacteerd worden door de verantwoordelijke wanneer zij zelf te kennen geven dat hun aanvraag mag omgezet worden naar een dringende aanvraag. Op regelmatige basis is er een actualisatie van de wachtlijst waarbij de kandidaat-huurders hun hoogdringendheid kunnen kenbaar maken. Tussentijds kunnen ze dit ook steeds laten wijzigen.
7. Procedure toewijs bejaardenwoning
Bij het vrijkomen van een bejaardenwoning, zal de huisvestingsverantwoordelijke contact opnemen met de eerste twee dringende aanvragen die op dat ogenblik op de wachtlijst staan voor de desbetreffende gemeente.
De verantwoordelijke gaat op huisbezoek bij de kandidaat-huurder en maakt een sociaal verslag op, waaruit de onaangepastheid van de huidige woning (of in uitzondering de bijzondere omstandigheden van sociale aard) blijkt.
Verschillende factoren worden objectief afgewogen en in een algemeen besluit geformuleerd. Het dossier wordt op het bevoegd orgaan gebracht waar men de beslissing neemt aan wie de bejaardenwoning toegekend wordt. Het is dus mogelijk dat de toekenning naar een bejaarde gaat die recenter staat ingeschreven, als blijkt dat de onaangepastheid groter is bij de laatst ingeschrevene van de twee kandidaten.
Bij weigering van de kandidaat-huurder op het aanbod tot het huren van een bejaardenwoning blijft betrokkene zijn plaats op de wachtlijst behouden, maar zal zijn dossier wel omgeschakeld worden naar niet-dringend of zal de voorkeur van de gemeente aangepast worden.
8. Procedure toewijs garages
De bewoners van de bejaardenwoningen kunnen zich kandidaat stellen om één garage te huren, met name
- 5 garages in het Moerbeekpark
- 4 garages in de St. Pieterstraat
- 5 garages in het Guldepark
Men kan zich op de wachtlijst laten plaatsen van zodra men effectief huurder wordt van de bejaardenwoning, dus nog niet wanneer men slechts kandidaat-huurder is. De wachtlijst van de garages wordt chronologisch opgemaakt volgens aanvraagdatum. Wanneer er een garage vrijkomt, wordt de lijst chronologisch afgelopen. Wanneer blijkt dat betrokkene niet beschikt over een wagen, dan wordt er overgegaan naar de eerstvolgende huurder die wel over een wagen beschikt. Pas als geen enkele kandidaat een wagen heeft, kan een toekenning gebeuren aan een bewoner zonder een wagen.
Wanneer een huurder van een garage door omstandigheden geen wagen meer zou hebben, wil dit niet zeggen dat de garage moet vrijgegeven worden. De bewoner beslist zelf wanneer hij de garage zal vrijgeven en dit uiterlijk bij het verlaten van de huurwoning.
Artikel 2: Het besluit en reglement goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn d.d. 25 februari 2025 houdende goedkeuren reglement bejaardenwoning wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de dienst Financiën.
Artikel 4: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
| Jaartal | Aantal aanvragen | Aantal sessies | Totaalbedrag tussenkomsten |
| 2021 | 90 | 505 | 12.265,74 |
| 2022 | 95 | 580 | 13.997,93 |
| 2023 | 68 | 379 | 9.204,84 |
| 2024 | 73 | 501 | 11.312,37 |
| 2025 | 111 | 687 | 15.998,76 |
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgend reglement goed:
Artikel 1: Bevoegdheid
Het toekennen van individuele steun, zoals een tussenkomst in het kader van psychosociale hulp, is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
Deze financiële tussenkomst heeft als doel om personen die psychische problemen ervaren te erkennen en een duwtje in de rug te geven. Concreet wenst het Sociaal Huis aan volgende prioriteiten te werken:
A. De financiële drempel van psychologische hulp verlagen
Een financiële tussenkomst zorgt ervoor dat de financiële drempel verlaagd wordt, zodat de psychologische hulp, die vaak noodzakelijk is voor het welzijn van de persoon en zijn omgeving, toegankelijker wordt. Voor veel personen is een sessie bij de psycholoog een grote hap uit het budget. Mutualiteiten hebben bepaalde terugbetalingstarieven, maar deze zijn afhankelijk van mutualiteit tot mutualiteit. De eerstelijnspsycholoog, waarbij men voor 11 euro per sessie terecht kan, is niet voor iedereen toegankelijk, gezien de lange wachtlijsten.
B. Het taboe rond psychosociale problemen en psychologische hulp doorbreken
Een financiële tussenkomst zorgt ervoor dat de financiële drempel verlaagd wordt, zodat de psychologische hulp, die vaak noodzakelijk is voor het welzijn van de persoon en zijn omgeving, toegankelijker wordt. Voor veel personen is een sessie bij de psycholoog een grote hap uit het budget. Mutualiteiten hebben bepaalde terugbetalingstarieven, maar deze zijn afhankelijk van mutualiteit tot mutualiteit. De eerstelijnspsycholoog, waarbij men voor 11 euro per sessie terecht kan, is niet voor iedereen toegankelijk, gezien de lange wachtlijsten.
Artikel 3: Doelgroep
Artikel 4: Steun
Artikel 5: Delegatie aan het bijzonder comité voor de sociale dienst
Op het bijzonder comité voor de sociale dienst worden deze aanvragen goedgekeurd aan de hand van een lijst. Deze lijst wordt per kwartaal voorgelegd en goedgekeurd.
Artikel 6: Afsluitingsdatum
Aanvragen die slaan op facturen van het vorige jaar (X-1) en die na 1 maart X worden bezorgd, komen niet meer in aanmerking voor een tussenkomst. Er geldt met andere woorden een afsluitingsdatum.
Artikel 7: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de dienst Financiën.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de verlenging van het project menstruatiearmoede en het reglement steunpakket menstruatieproducten goed.
Het reglement wordt verlengd vanaf 1 januari 2026.
Artikel 1: Bevoegdheid
Toekennen van individuele steun op het vlak van maatschappelijke dienstverlening, waaronder materiële hulpverlening in de vorm van een steunpakket menstruatieproducten, is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
Het steunpakket menstruatieproducten heeft als doel alle vrouwen in een gezin in financiële moeilijkheden te voorzien van een kwaliteitsvol steunpakket met menstruatieproducten, dit ter bestrijding van menstruatiearmoede.
Artikel 3: Doelgroep
Om aanspraak te kunnen maken op de materiële steun via het steunpakket menstruatieproducten, moet de aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden:
Artikel 4: Steun
De steun die wordt voorzien via het steunpakket menstruatieproducten is een materiële steun, bestaande uit maandverbanden of tampons en inlegkruisjes, of menstruatiecups [2].
Artikel 5: Procedure
Artikel 6: Evaluatie
De cliënt heeft, na de toekenning, recht op een maandelijks steunpakket met menstruatieproducten voor alle vrouwelijke gezinsleden tussen 10 en 55 jaar. Bij wijzigingen in de financiële situatie van de cliënt, wordt de toekenning geëvalueerd.
Artikel 7: Stopzetting
Het recht op steun via de pakketten menstruatieproducten wordt stopgezet wanneer:
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
-----------------------
[1] De aanvrager heeft betalingsachterstand (schulden) die een betaalprobleem vormen of de aanvrager heeft geen betalingsachterstanden, maar houdt op het einde van de maand weinig tot geen budget over en heeft onvoldoende spaargelden om beroep op te doen.
[2] Iedere vrouw die in aanmerking komt kan éénmalig twee menstruatiecups verkrijgen. Dit is een duurzame maatregel en zorgt ervoor dat het recht op andere menstruatieproducten vervalt. Het recht kan opnieuw geopend worden door een nieuwe aanvraag te doen.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de financiële dienst.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
| Huidig reglement | Voorstel nieuw reglement |
|
|
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aanpassing van het reglement participatie en sociale activering goed. Het aangepaste reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Artikel 1: Bevoegdheid
Het toekennen van individuele steun, zoals een tussenkomst in het kader van participatie en sociale activering, is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
De financiële tussenkomst in kader van participatie en sociale activering heeft als doel de maatschappelijke integratie en participatie te verhogen en het sociaal isolement te doorbreken door maatschappelijk zinvolle activiteiten te ondernemen.
Artikel 3: Doelgroep
De financiële tussenkomst kan enkel worden toegekend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De volgende doelgroepen zijn bij wet uitgesloten:
Artikel 4: Steun
De tussenkomst kan worden aangevraagd uit de volgende 2 categorieën:
1. Bevorderen van maatschappelijke integratie en participatie van volwassenen
2. Bevorderen van maatschappelijke integratie en participatie van kinderen
De volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor een tussenkomst:
De tussenkomst wordt beperkt op basis van het aantal gezinsleden. De tussenkomst mag op jaarbasis onderstaande bedragen niet overschrijden:
De tussenkomst wordt uitbetaald na het voorleggen van de factuur en/of het betaalbewijs. Indien er een tussenkomst kan verkregen worden via de mutualiteit, moet deze eerst verrekend worden.
Artikel 5: Procedure
Artikel 6: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 2: Het reglement participatie en sociale activering, zoals goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 15 december 2020 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de dienst Financiën.
Artikel 4: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt onderstaand reglement kinderarmoede goed:
Artikel 1: Bevoegdheid
Het toekennen van individuele steun, zoals een tussenkomst in het kader van kinderarmoede, is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
De financiële tussenkomst in kader van het bestrijden van kinderarmoede heeft als doel de kwetsbaarheid van de zwangere vrouw, het ongeboren kind en het kind gedurende de eerste 1000 dagen te verminderen. De focus ligt hier vooral op gezondheid, om de ontwikkeling van het kind te bevorderen.
Artikel 3: Doelgroep
De financiële tussenkomst kan enkel worden toegekend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De volgende doelgroepen zijn bij wet uitgesloten:
Artikel 4: Steun
De tussenkomst kan worden aangevraagd voor een tussenkomst:
De tussenkomst wordt beperkt tot 100 euro per gezin per jaar.
De tussenkomst wordt uitbetaald na het voorleggen van de factuur en/of het betaalbewijs. Indien er een tussenkomst kan verkregen worden via de mutualiteit, moet deze eerst verrekend worden.
Artikel 5: Procedure
Artikel 6: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031. Het reglement wordt na één jaar toepassing geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de financiële dienst.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: Het aangepast reglement tot het toekennen van een tegemoetkoming voor niet-betaalde energiefacturen en de aankoop van een energiezuinig huishoudtoestel wordt goedgekeurd:
Artikel 1: Bevoegdheid
Het toekennen van individuele steun, zoals een tussenkomst in het kader van niet-betaalde energierekeningen en de aankoop van een energiezuinig huishoudtoestel, is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
De financiële tussenkomst in kader van niet-betaalde energiefacturen en de aankoop van een energiezuinig huishoudtoestel heeft als doel financiële steun te verlenen aan inwoners die geconfronteerd worden met moeilijk te betalen energiefacturen of de noodzaak hebben om een energiezuinig huishoudtoestel aan te schaffen, maar hiervoor de financiële middelen ontbreken. Deze financiële tussenkomst zorgt voor een bescherming tegen mogelijke energiearmoede.
Artikel 3: Doelgroep
De financiële tussenkomst kan enkel worden toegekend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De volgende doelgroepen zijn bij wet uitgesloten:
Artikel 4: Steun
De steun kan worden aangevraagd voor:
- Een wasmachine met energielabel D of beter;
- Een koelkast met energielabel D of beter;
- Een diepvries met energielabel D of beter.
De tussenkomst wordt beperkt tot maximum 300 euro per jaar per huishouden. De tussenkomst voor de aankoop van een energiezuinig huishoudtoestel wordt beperkt tot 1 tussenkomst per 5 jaar per gezin per soort huishoudtoestel.
De tussenkomst wordt uitbetaald na het voorleggen van de factuur en/of het betaalbewijs.
Artikel 5: Procedure
Artikel 6: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot 31 december 2031.
[1] De aanvrager heeft betalingsachterstand (schulden) die een betaalprobleem vormen of de aanvrager heeft geen betalingsachterstanden, maar houdt op het einde van de maand weinig tot geen budget over en heeft onvoldoende spaargelden om beroep op te doen.
Artikel 2: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: Het geïntegreerd organogram voor het gemeente- en OCMW-personeel van Zulte wordt vastgesteld met ingang vanaf 1 januari 2026 en wordt als bijlage bij het besluit geviseerd.
Artikel 2 Overeenkomstig artikel 285 §2, 1° van het decreet lokaal bestuur wordt het besluit door de voorzitter van het vast bureau bekend gemaakt op de webtoepassing van de gemeente.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Sylvie Bohez
algemeen directeur
Tony Boeckaert
voorzitter