Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 1 juni 2021 worden goedgekeurd.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening 2020 deel OCMW vast. De jaarrekening en de verplichte documentatie worden als bijlage toegevoegd en geviseerd.
Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §1 3° van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester het besluit en de inhoud van het beleidsrapport bekend via de webtoepassing van de gemeente binnen de 10 dagen nadat ze genomen zijn.
Op dezelfde dag brengt de gemeente overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Enig artikel: De raad voor maatschappelijk welzijn trekt haar principieel akkoord van 22 januari 2019 tot de opmaak van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van een perceel kadastraal gekend 1°afd sie B nr. 480 gelegen langs de Kouterweg, in.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bijgevoegde visietekst budgetbeheer goed.
Kader budgetbeheer Zulte
1. Inleiding
De dienst Financiële en Sociale Hulp (FSH) streeft naar gelijke, toegankelijke, cliëntgerichte en integrale budget- en schuldhulpverlening, waardoor mensen in staat gesteld worden om zelf verantwoordelijkheid te (leren) dragen voor hun eigen duurzaam budgetmanagement.
Er zijn verschillende vormen van budget- en schuldhulpverlening:
Er zijn ook verschillende combinaties van hulpverlening mogelijk, zoals bv. budgetbeheer en collectieve schuldenregeling.
Deze nota focust zich op budgetbeheer.
2. Budgetbeheer: wat?
Het OCMW beheert de inkomsten en uitgaven van de cliënt in budgetbeheer onder meer om het budget in evenwicht te krijgen.
Na de intake blijkt dat een traject moet opgestart worden. Een mogelijke piste is budgetbeheer. Dit wordt in team FSH besproken en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) vooraleer het budgetbeheer wordt opgestart (zie verder i.v.m. de opstartfase van 2 maanden).
3. Wie start op en wie start niet op?
Budgetbeheer wordt in de regel niet opgestart in dossiers indien
4. Principe: pas budgetbeheer opstarten minimum 2 maanden na de aanvraag
Om de vaardigheden, de motivatie, de leercurve,… van een cliënt goed te kunnen inschatten, is het veelal nodig om de cliënt een aantal maanden te begeleiden.
Te snel budgetbeheer opstarten, kan leiden tot het onnodig overnemen van de financiën en kan het versterken van de zelfredzaamheid vertragen. Eens de financiële controle geheel of gedeeltelijk werd overgenomen van de cliënt, vraagt het immers van alle betrokkenen bijzondere inspanningen om de cliënt in staat te stellen opnieuw zijn budget zelf in handen te nemen.
De eerste 2 maanden na de aanvraag (intake) kan in principe geen budgetbeheer worden opgestart. Gedurende die minimumperiode van 2 maanden wordt de problematiek van de cliënt in kaart gebracht en een minder ingrijpende vorm van hulpverlening toegepast (budgetbegeleiding, doorlopende opdrachten helpen ingeven, schuldbemiddeling….).
Gemotiveerde afwijkingen op deze “opstartfase” zijn mogelijk en de maatschappelijk werker kan na akkoord van het diensthoofd budgetbeheer vroeger opstarten om een menswaardig leven te garanderen.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als budgetbeheer noodzakelijk is om een uithuiszetting te voorkomen.
5. Start budgetbeheer
Indien minimum 2 maanden na de opstart van de hulpverlening blijkt dat budgetbeheer toch de meest aangepaste vorm van hulpverlening is, kan de maatschappelijk werker het budgetbeheer na akkoord van het diensthoofd opstarten.
Het dossier wordt voorgelegd op het eerstkomende bijzonder comité voor de sociale dienst.
Telkens na 1 jaar (datum effectieve opstart budgetbeheer + 1 jaar) dient het budgetbeheer te worden geëvalueerd en voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst (verder zetten of stopzetten).
Indien gekozen wordt om het dossier verder te zetten, wordt dit na maximum 2 jaar opnieuw op het bijzonder comité voor de sociale dienst gebracht (datum beslissing BCSD + 2 jaar max.).
Bij de opstart maakt de maatschappelijk werker met de cliënt een traject op met doelstellingen en concrete afspraken voor elk van beiden :
6. Duurtijd budgetbeheer
Een budgetbeheer heeft in principe een duurtijd van maximum één jaar, maar een verlenging is mogelijk (voorleggen op BCSD bij de evaluatie).
Het uitgangspunt is streven naar afbouw vanaf dag één. De doelstelling van budgetbeheer is in eerste instantie niet de terugbetaling van de schulden, maar stabiliteit in de financiële situatie van de cliënt en hem zo de kans bieden om de hoogst haalbare trap van zelfstandig financieel beheer te bereiken. Stabiliteit bieden staat niet gelijk aan het volledig wegwerken van de schuldenlast. Het doel is dus niet schuldafbouw op zich, maar de cliënt versterken zodat hij zelf zijn schulden verder kan afbetalen (al dan niet met verdere begeleiding).
Binnen het jaar moet een evaluatie gebeuren van het budgetbeheer aan de hand van de geformuleerde doelstellingen. Indien een verlenging nodig is, worden er waar nodig nieuwe doelstellingen geformuleerd.
Het budgetplan is een sleutelinstrument.
7. Overname bij verhuis , stopzetting budgetbeheer en nazorgtraject
- Situatie is gestabiliseerd
- Schulden afgebouwd / niet verhoogd
- Competenties aangescherpt (competentiematrix)
In geval van schulden is het aangewezen om de schuldeisers te verwittigen van de stopzetting.
Redenen van stopzetting:
- de schulden zijn afbetaald en de cliënt is weer in staat om zelfstandig te budgetteren;
- de cliënt is niet langer gemotiveerd (grondig bespreken);
- de cliënt levert niet de nodige medewerking (bijv.: inkomsten worden niet doorgestort).
Wanneer een dossier budgetbeheer wordt stopgezet, start vanaf datum beslissing BCSD inzake stopzetting een termijn van 6 maanden. Na stopzetting van de overeenkomst geldt er immers een wachtperiode van 6 maanden alvorens opnieuw beroep te kunnen doen op het OCMW inzake budgetbeheer.
- Datum stopbeslissing (= X) (= einde budgetbeheer)
- X + 2 maanden (maandelijks gedurende 2 maanden)
- X + 2 + 3 (om de 3 maanden)
- X + 2 + 3 + 3 (om de 3 maanden (afsluiten nazorgtraject))
Dit betekent dat het nazorgtraject in totaal maximum 8 maanden kan duren.
Bij de nazorg bespreekt de maatschappelijk werker of alles nog vlot verloopt en kan de maatschappelijk werker ook tijdig ingrijpen als er problemen opduiken. Dit gebeurt bij voorkeur telefonisch.
Indien iemand kiest voor het nazorgtraject, dan kan de persoon dus nog 8 maanden genieten van de ondersteuning van zijn dossierbeheerder. De termijn van 6 maanden (zie hoger, onder stopzetting) valt binnen die periode van 8 maanden.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp.
- Specifieke expertise in huis halen door te werken met psychologen vanuit de psychologische dienst OCMW Gent
- Ruim 30 jaar heeft de psychologische dienst expertise opgebouwd in het aanbieden van psychologische hulp en ondersteuning van maatschappelijk werkers in een OCMW context.
- De psychologen die ingeschakeld worden in de externe OCMW’s zijn opgeleid, permanent gecoacht en ingebed in deze gespecialiseerde werking. Zij behoren tot een team met een leidinggevende waarbij intervisie en persoonlijke dossierbespreking ook aangeboden wordt in functie van dossiers bij externe OCMW’s.
- Wat is er specifiek aan deze expertise?
- Unieke invulling van psychologische hulp
- Specifieke methodieken om de toegankelijkheid tot psychologische hulp te bevorderen en drempels (ruimer dan financiële drempels) weg te werken.
- Specifieke methodieken aangepast aan de OCMW-cliënten (zit niet in de opleiding van psychologen, deze worden aangeleerd vanuit onze opgebouwde ervaringen doorheen de jaren).
- Psychologen die flexibel schakelen tussen eerstelijns en tweedelijns psychologische hulp.
- Psychologen werken met de vraag van de cliënt, maar ook met de vraag vanuit de maatschappelijk werker (bv.: psychologische begeleiding om activering te faciliteren.)
- Unieke invulling van ondersteuning aan maatschappelijk werkers
- Coaching in dossiers rond psychische problemen, maar dan specifiek toegepast op de werkcontext en specifieke rol van maatschappelijk werk in een OCMW-context
- Vorming over hoe omgaan met specifieke psychische problemen toegepast op het maatschappelijk werk in een OCMW-context.
- Advisering in hulp- en activeringstrajecten van maatschappelijk werkers in een OCMW-context.
- Multidisciplinaire samenwerking met focus op gedeeld beroepsgeheim.
- Unieke invulling van ondersteuning aan het OCMW-bestuur, wettelijke opdracht van OCMW
- Advisering/verslaggeving aan het bestuur in OCMW-dossiers in functie van werkbekwaamheid van mensen met psychische problematieken of ten laste name kosten externe specifieke hulp.
- Bewuste afweging van beroepsgeheim versus meldingsplicht.
De dienst Financieel en Sociale Hulp adviseert de opstart van de samenwerking met de psychologische dienst. De vele contacten van de maatschappelijk werkers met de hulpvragers, cliënten ...maken duidelijk dat er veel psychologische problemen zijn die een deskundige aanpak en begeleiding vragen. De coronapandemie heeft deze problemen enkel nog versterkt.
De dienst Financieel en Sociale Hulp stelt ook vast dat bepaalde cliënten die leefloon ontvangen, niet geactiveerd kunnen worden. De psycholoog kan op zoek gaan naar mogelijke weerstanden en drempels bij leefloongerechtigden bij het aanbieden van een tewerkstelling.
Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst met de psychologische dienst OCMW-Gent wordt goedgekeurd. De samenwerkingsovereenkomst wordt als bijlage bij dit besluit geviseerd.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de webtoepassing van de gemeente (artikel 285 par. 2, 1e en par. 3 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Sylvie Bohez
algemeen directeur
Francky De Coster
voorzitter