Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de ontvankelijkheid van de gezamenlijke akte van voordracht en verklaart de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen in de rangorde van de gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen:
Artikel 2: De gemeenteraad neemt kennis van het vastgelegd aantal schepenen, met name 4.
Artikel 3: De gemeenteraad neemt akte van de eedaflegging van de schepenen overeenkomstig artikel 44 van het decreet lokaal bestuur.
Na de verkiezing van de schepenen schorst de voorzitter de installatievergadering van de gemeenteraad en opent hij de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De reden daarvoor is de nieuwe regeling voor de aanduiding van de burgemeester.
De verkozene met de meeste naamstemmen die tot de grootste coalitiefractie behoort, wordt immers de aangewezen burgemeester.
De aanduiding van de aangewezen-burgemeester kan pas gebeuren als de samenstelling van het college van burgemeester en schepenen vaststaat.
De samenstelling staat pas met zekerheid vast als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (hierna BCSD genoemd) is verkozen.
Dus: om zeker te zijn welke fracties deel uitmaken van de meerderheid moeten alle schepenen EN de voorzitter van het BCSD al verkozen zijn en hun eed afgelegd hebben.
Daarom moet de raad voor maatschappelijk welzijn eerst de voorzitter van het BCSD verkiezen vóór de gemeenteraad kan vaststellen wie de aangewezen-burgemeester is.