Terug
Gepubliceerd op 02/02/2026

Besluit  RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

di 27/01/2026 - 19:30

GOEDKEUREN REGLEMENT INZAKE TUSSENKOMST IN DE BEGRAFENISKOSTEN

Aanwezig: Tony Boeckaert, voorzitter
Simon Lagrange, voorzitter van het vast bureau
Sophie Delaere, Olivier Peirs, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Steven Van Troys, leden van het vast bureau
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Céleste Heyerick, Lieven Lippens, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Berkan Nalli, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Stephen Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Yentl De Wever, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn
Bevoegdheid
  • Artikel 78 van het decreet lokaal bestuur op grond waarvan de raad voor maatschappelijk welzijn bevoegd is voor het vaststellen van reglementen.
Wetten en reglementen
  • De wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  • De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Feiten
  • De dienst Financieel en Sociale Hulp (FSH) legt een reglement inzake tussenkomst in de begrafeniskomsten voor. 
  • Het OCMW werd tot op heden slechts beperkt geconfronteerd met deze vraag naar tussenkomsten. Toch is het wenselijk om hiervoor een reglement in te voeren om een uniforme opvolging van een aanvraag tot tussenkomst te waarborgen.
    • 2020: 0
    • 2021: 3
    • 2022: 0
    • 2023: 1
    • 2024: 0
    • 2025: 3
  • Een regeling begrafeniskosten bij onvoldoende middelen behoort tot de bevoegdheden van het OCMW.
  • Het OCMW oordeelt wie hiervoor in aanmerking komt en toetst de voorwaarden af. Vervolgens wordt een sociaal en financieel verslag opgesteld. Op basis van een sociaal en financieel verslag zal de beslissing genomen worden door het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD). 
    Bij hoogdringendheid neemt de voorzitter van het BCSD de beslissing met het oog op de bekrachtiging ervan op de eerstvolgende vergadering van het BCSD.
  • Het verzoek tot tussenkomst van de kosten dient binnen de 48u na het overlijden (of de eerste werkdag na het overlijden) te worden ingediend bij het OCMW en dit voorafgaand aan de bestelling van de begrafenis bij een begrafenisondernemer. Er kan niet gewacht worden tot na de begrafenis, gezien het OCMW in dat geval haar verantwoordelijkheid niet meer kan opnemen daar alles al geregeld is en ervan uitgaat dat de wettelijke onderhoudsplicht is opgenomen.
  • Het OCMW neemt de kosten van een minimale begrafenis ten laste. In het reglement wordt opgesomd welke zaken ten laste worden genomen. 
  • Het OCMW behoudt zich het recht om de gemaakte kosten later, geheel of gedeeltelijk, terug te vorderen. 
  • De tussenkomst van de kosten die door het OCMW ten laste genomen worden, wordt beperkt tot maximum 2.500 euro.
  • Het OCMW respecteert de laatste wilsbeschikking van de overledene over de wijze van lijkbezorging, asbestemming en rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart.
Adviezen
  • De dienst Financiële en Sociale Hulp adviseert de goedkeuring van het reglement inzake tussenkomst in de begrafeniskosten gunstig. 
Motivatie
  • Een regeling begrafeniskosten bij onvoldoende middelen behoort tot de bevoegdheden van het OCMW.
  • Het OCMW werd tot op heden slechts beperkt geconfronteerd met deze vraag naar tussenkomsten. 
  • Toch is het wenselijk om hiervoor een reglement in te voeren om een uniforme opvolging van een aanvraag tot tussenkomst te waarborgen.
Financiële impact
  • De totale kostprijs van de tussenkomsten wordt jaarlijks geraamd op maximaal 12.500 euro. Hierbij wordt er van uitgegaan dat er jaarlijks maximum 5 tussenkomsten zullen goedgekeurd worden. 
  • Sinds 2020 werden niet meer dan 3 tussenkomsten goedgekeurd per jaar. 
  • Aangezien de tussenkomst geïndexeerd wordt op basis van de gezondheidsindex dient het maximale jaarbudget ook geïndexeerd te worden. 
Beslissing

Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt onderstaand reglement inzake tussenkomst in de begrafeniskosten goed:


Artikel 1: Bevoegdheid

De bevoegdheid om tussen te komen in de begrafeniskosten van een overleden inwoner van Zulte behoort aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.

 

Artikel 2: Hoogdringendheid

Bij afwijking van artikel 1 kan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) op basis van een sociaal onderzoek, bij hoogdringendheid beslissen tot ten laste name door het OCMW van de begrafeniskosten zoals verder omschreven in het reglement.

De beslissing van de voorzitter BCSD tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van het BCSD te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan.

 

Artikel 3: Doelgroep

Het OCMW zal de kosten tot begrafenis ten laste nemen onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • De overledene was op het moment van overlijden hetzij ingeschreven in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van de gemeente Zulte, hetzij dakloos en overleed op het grondgebied van de gemeente Zulte, hetzij ten laste ten gevolge van wet van 2 april 1965;
  • De overledene was behoeftig;
  • Er zijn geen erfgenamen
    OF 
    Na een sociaal en financieel onderzoek blijkt dat de nabestaanden zelf over onvoldoende middelen beschikken. Over onvoldoende middelen beschikken betekent dat de nabestaanden over minder dan 5.000 euro beschikken. 5.000 euro is nl. de kostprijs van een gewone particuliere begrafenis.;
  • Er dient zich niemand aan om de begrafenis van de overledene ten laste te nemen;
  • Er mag geen sprake zijn van doelbewuste verarming in de laatste 5 jaar door de overleden persoon.


Artikel 4: Onderhoudsplicht

De begrafeniskosten worden in het algemeen beschouwd als een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen, op, basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 B.W.). (Groot)ouders zijn verplicht tot onderhoud van de (klein)kinderen, (klein)kinderen tot onderhoud van de (groot)ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn. Ook de echtgenoot heeft onderhoudsplicht ten opzichte van de wederhelft.

De onderhoudsplichtige die een nalatenschap verwerpt, kan worden verplicht bij te dragen in de begrafeniskosten. Bestellen en betalen van een begrafenis zijn geen daden van aanvaarding van een erfenis.

De onderhoudsplichtige is gehouden in de mate waarin hij zelf vermogend is (art. 208 B.W.). Om te bepalen of een onderhoudsplichtige al dan niet vermogend is, dient zijn situatie door middel van een sociaal financieel onderzoek te worden onderzocht.


Artikel 5: Afwijkingen

Ieder dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst. Afwijkingen op dit reglement kunnen slechts uitzonderlijk toegestaan worden bij beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag.

De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan op basis van dit verslag, bij hoogdringendheid beslissen tot ten laste name van de begrafeniskosten door het OCMW. De beslissing van de voorzitter BCSD tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van het BCSD te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan.


Artikel 6: Verzoek tot tussenkomst

Het verzoek tot tussenkomst van de kosten dient binnen de 48u na het overlijden (of de eerste werkdag na het overlijden) te worden ingediend bij het OCMW en dit voorafgaand aan de bestelling van de begrafenis bij een begrafenisondernemer. Er kan niet gewacht worden tot na de begrafenis, gezien het OCMW in dat geval haar verantwoordelijkheid niet meer kan opnemen daar alles al geregeld is en ervan uitgaat dat de wettelijke onderhoudsplicht is opgenomen.

In geval binnen de 48u of de eerste werkdag na het overlijden niemand van de familie of verwanten zich laat horen, wordt dezelfde regeling toegepast als in geval van behoeftigheid.

Indien het verzoek, na sociaal onderzoek, wordt ingewilligd, wordt een begrafenisondernemer aangesteld. De nabestaanden kiezen een begrafenisondernemer, indien deze geen voorkeur hebben of er zijn geen nabestaanden, dan stelt het OCMW de begrafenisondernemer aan.

Indien er onvoldoende tijd is om het sociaal onderzoek volledig te voeren, en er zou nadien blijken dat de erfgenamen over voldoende middelen beschikken, zal dit bedrag teruggevorderd worden.


Artikel 7: Tussenkomst

Het OCMW neemt, voor zover van toepassing, volgende kosten ten laste:

  • Serene overbrenging overledene van plaats van overlijden naar het uitvaartcentrum
  • Volledige verzorging overledene
  • Administratieve formaliteiten
  • Begroeting in funerarium: gebruik en aankleding van de groetkamer, onthaal en begeleiding van de familie en bezoekers
  • De meest voordelige lijkkist en/of urne
  • Voorlopig gedenkteken met naamplaatje
  • Afscheidsplechtigheid met voorganger
    • Begeleiding van de plechtigheid en afscheid met personeel en lijkwagen.
    • Auladienst in het uitvaartcentrum, kerkdienst of afscheidsplechtigheid op de begraafplaats
    • In samenspraak met nabestaanden of contactpersoon worden enkele teksten en muziekstukken gekozen.
  • Gepast bloemstuk
  • Overbrenging naar het crematorium/laatste rustplaats
  • Fotokader met foto
  • Digitale rouwaankondiging
  • Drukwerk voor maximum 100 stuks in totaal: rouwbrieven, rouwkaarten, gedachtenisprentjes
    • Vrije keuze opmaak (model, met/zonder foto)
    • PRIOR rouwzegels zijn niet inbegrepen
Het OCMW neemt geen andere kosten ten laste dan deze vermeld in de voorgaande paragraaf. Het OCMW zal dus niet tussenkomen in de kosten voor:
  • De kosten voor een concessie (langer dan 10 jaar);
  • Grafsteen;
  • Graveren columbarium;
  • Koffietafel of rouwmaaltijd.


Artikel 8: Terugvorderen

Het OCMW behoudt zich het recht voor om de gemaakte kosten later, geheel of gedeeltelijk, terug te vorderen:

  • Van de onderhoudsplichtigen, overeenkomstig artikel 98 van de organieke wet van 8 juli 1976, ook wanneer achteraf blijkt dat er toch roerende en/of onroerende goederen aanwezig zijn in de nalatenschap;
  • Op alle uitkeringen, premies of vergoedingen, van welke aard ook, toegekend door om het even welke instantie, met het oog op of naar aanleiding van de begrafenis van de behoeftige, waarvoor het lokaal bestuur overeenkomstig dit reglement tussenkomt;
  • Op roerende goederen (bvb kapitalen uitgekeerd op grond van een levensverzekering) en onroerende goederen.

Hiervoor zal het OCMW contact opnemen met de notaris die het nalatenschap beheert.


Artikel 9: Maximum tussenkomst

De tussenkomst van de kosten die door het OCMW ten laste genomen worden, wordt beperkt tot maximum 2.500 euro. Deze bedragen worden van toepassing vanaf de ingangsdatum van dit reglement en worden jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex.


Artikel 10: Laatste wilsbeschikking

Het OCMW respecteert de laatste wilsbeschikking van de overledene over de wijze van lijkbezorging, asbestemming en rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart.

Het OCMW voert de laatste wilsbeschikking uit binnen de grenzen van de redelijkheid, d.w.z. dat het OCMW kiest voor:

  • De voordeligste materialen (lijkkist, asurne, kruis, opschrift, …);
  • De voordeligste tarieven van toepassing op het moment van de plechtigheid, crematie, ….

Indien de overledene niet over een laatste wilsbeschikking beschikt, kiest het OCMW voor:

  • Een burgerlijke plechtigheid; 
  • Een crematie, gevolgd door een asverstrooiing.

De familie wordt verzocht een document te ondertekenen waarin ze verklaren akkoord te gaan met de bepalingen van het OCMW inzake de minimale begrafenisregeling.


Artikel 11: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031. Het reglement wordt na één jaar toepassing geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd.



[1]  Een behoeftig persoon is iemand die over onvoldoende financiële middelen beschikt, van welke aard ook, en die het lokaal bestuur als dusdanig erkent na een sociaal en financieel onderzoek.



Artikel 2
: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de financiële dienst.

Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.