Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt onderstaand reglement inzake tussenkomst in de begrafeniskosten goed:
Artikel 1: Bevoegdheid
De bevoegdheid om tussen te komen in de begrafeniskosten van een overleden inwoner van Zulte behoort aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 2: Hoogdringendheid
Bij afwijking van artikel 1 kan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) op basis van een sociaal onderzoek, bij hoogdringendheid beslissen tot ten laste name door het OCMW van de begrafeniskosten zoals verder omschreven in het reglement.
De beslissing van de voorzitter BCSD tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van het BCSD te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan.
Artikel 3: Doelgroep
Het OCMW zal de kosten tot begrafenis ten laste nemen onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
Artikel 4: Onderhoudsplicht
De begrafeniskosten worden in het algemeen beschouwd als een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen, op, basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 B.W.). (Groot)ouders zijn verplicht tot onderhoud van de (klein)kinderen, (klein)kinderen tot onderhoud van de (groot)ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn. Ook de echtgenoot heeft onderhoudsplicht ten opzichte van de wederhelft.
De onderhoudsplichtige die een nalatenschap verwerpt, kan worden verplicht bij te dragen in de begrafeniskosten. Bestellen en betalen van een begrafenis zijn geen daden van aanvaarding van een erfenis.
De onderhoudsplichtige is gehouden in de mate waarin hij zelf vermogend is (art. 208 B.W.). Om te bepalen of een onderhoudsplichtige al dan niet vermogend is, dient zijn situatie door middel van een sociaal financieel onderzoek te worden onderzocht.
Artikel 5: Afwijkingen
Ieder dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst. Afwijkingen op dit reglement kunnen slechts uitzonderlijk toegestaan worden bij beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag.
De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan op basis van dit verslag, bij hoogdringendheid beslissen tot ten laste name van de begrafeniskosten door het OCMW. De beslissing van de voorzitter BCSD tot dringende hulpverlening dient op de eerstvolgende vergadering van het BCSD te worden voorgelegd met het oog op de bekrachtiging ervan.
Artikel 6: Verzoek tot tussenkomst
Het verzoek tot tussenkomst van de kosten dient binnen de 48u na het overlijden (of de eerste werkdag na het overlijden) te worden ingediend bij het OCMW en dit voorafgaand aan de bestelling van de begrafenis bij een begrafenisondernemer. Er kan niet gewacht worden tot na de begrafenis, gezien het OCMW in dat geval haar verantwoordelijkheid niet meer kan opnemen daar alles al geregeld is en ervan uitgaat dat de wettelijke onderhoudsplicht is opgenomen.
In geval binnen de 48u of de eerste werkdag na het overlijden niemand van de familie of verwanten zich laat horen, wordt dezelfde regeling toegepast als in geval van behoeftigheid.
Indien het verzoek, na sociaal onderzoek, wordt ingewilligd, wordt een begrafenisondernemer aangesteld. De nabestaanden kiezen een begrafenisondernemer, indien deze geen voorkeur hebben of er zijn geen nabestaanden, dan stelt het OCMW de begrafenisondernemer aan.
Indien er onvoldoende tijd is om het sociaal onderzoek volledig te voeren, en er zou nadien blijken dat de erfgenamen over voldoende middelen beschikken, zal dit bedrag teruggevorderd worden.
Artikel 7: Tussenkomst
Het OCMW neemt, voor zover van toepassing, volgende kosten ten laste:
Artikel 8: Terugvorderen
Het OCMW behoudt zich het recht voor om de gemaakte kosten later, geheel of gedeeltelijk, terug te vorderen:
Hiervoor zal het OCMW contact opnemen met de notaris die het nalatenschap beheert.
Artikel 9: Maximum tussenkomst
De tussenkomst van de kosten die door het OCMW ten laste genomen worden, wordt beperkt tot maximum 2.500 euro. Deze bedragen worden van toepassing vanaf de ingangsdatum van dit reglement en worden jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex.
Artikel 10: Laatste wilsbeschikking
Het OCMW respecteert de laatste wilsbeschikking van de overledene over de wijze van lijkbezorging, asbestemming en rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart.
Het OCMW voert de laatste wilsbeschikking uit binnen de grenzen van de redelijkheid, d.w.z. dat het OCMW kiest voor:
Indien de overledene niet over een laatste wilsbeschikking beschikt, kiest het OCMW voor:
De familie wordt verzocht een document te ondertekenen waarin ze verklaren akkoord te gaan met de bepalingen van het OCMW inzake de minimale begrafenisregeling.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031. Het reglement wordt na één jaar toepassing geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd.
[1] Een behoeftig persoon is iemand die over onvoldoende financiële middelen beschikt, van welke aard ook, en die het lokaal bestuur als dusdanig erkent na een sociaal en financieel onderzoek.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de financiële dienst.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.