Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  GEMEENTERAAD

di 16/12/2025 - 19:30

GOEDKEUREN SUBSIDIEREGLEMENT ZULTSE VERBOUWPREMIE

Aanwezig: Tony Boeckaert, voorzitter
Simon Lagrange, burgemeester
Sophie Delaere, Olivier Peirs, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Steven Van Troys, schepenen
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Yentl De Wever, Céleste Heyerick, Lieven Lippens, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Stephen Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, gemeenteraadsleden
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Berkan Nalli, gemeenteraadslid
Bevoegheid
  • Artikel 41 23° van het decreet lokaal bestuur op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van subsidiereglementen.
Wetten en reglementen
  • Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2013 - Wijziging van subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties voor woningen.
  • Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2014 - Aanpassen reglement inzake het verlenen van een gemeentelijke aanpassings- en verbeteringspremie, een gemeentelijke bouw- en aankooppremie en een gemeentelijke renovatiepremie.
  • Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2024 - Goedkeuren subsidiereglement voor het plaatsen en aanwenden van alternatieve energiebronnen voor het energiezuinig maken van bestaande ééngezinswoningen voor het jaar 2025.
Feiten
  • Momenteel zijn er vanuit de gemeente 4 subsidies te verkrijgen die betrekking hebben op het verbouwen van een woning. Dit zijn volgende subsidies:
    • Subsidie voor alternatieve energiebronnen en energiezuinige ingrepen.
    • Aanpassings- en verbeteringspremie.
    • Renovatiepremie.
    • Subsidie voor hemelwaterinstallaties.
  • Het college stelt voor om deze subsidies te hervormen tot 1 duidelijke, toegankelijkere en overzichtelijke subsidie nl. de Zultse verbouwpremie.
  • Het college stelt voor om enkel nog de categorieën te subsidiëren die een positieve invloed hebben op het energieverbruik van de woning, de water£huishouding en het klimaat. 
  • Niet energetische categorieën zullen wel nog beschikbaar zijn voor wie aanpassings- of verbeteringswerken uitvoert, dit deel van de premie focust op ouderen (65+) en personen met een handicap.

  • De categorieën en subcategorieën voor de nieuwe premie zien er als volgt uit:
    1. Hernieuwbare energiebronnen:
      1. Warmtepomp
      2. Warmtepompboiler
    2. Isolatie
      1. Na-isolatie bestaande buitenmuur via buitenzijde en bestaande spouwmuur
      2. Vloer- en kelderisolatie
      3. Dakisolatie in combinatie met asbestverwijdering
    3. Ramen en deuren
      1. Beglazing
      2. Buitenschrijnwerk
    4. Hemelwaterinstallaties
    5. Ontharden en vergroenen particuliere voortuinen en opritten
    6. Aanpassen van woning aan de noden van ouderen of personen met een handicap
     
  • Het maximumbedrag te verkrijgen via deze premie bedraagt 300 euro voor al de categorieën samen.
  • Er zal voor de nieuwe premie een duidelijk online invulformulier gemaakt worden.  Fysiek indienen zal ook nog mogelijk zijn.
  • Verschillend met de vorige premies, mogen facturen bij de nieuwe premie 2 jaar oud zijn i.p.v. 1 jaar. 
  • De nieuwe premie gaat in vanaf 1 januari 2026 voor facturen van na 31 december 2025.
  • Voor de 4 oude, eerder opgesomde subsidies zullen aanvragen met facturen van vóór 1 januari 2026 die niet ouder zijn dan 1 jaar nog in aanmerking komen. Aanvragen met facturen van na 31 december 2025 zullen niet meer in aanmerking komen.
  • Vanaf 1 januari 2027 worden de gemeenteraadsbesluiten van de 4 oude premies opgegeven.
Adviezen
  • De milieuraad gaf gunstig advies d.d. 25 september 2025 voor het samenvoegen van de 4 subsidies en voor het inzetten op duurzame ingrepen die zoveel mogelijk effect hebben op het gedrag van de burger en niet verplicht opgenomen zijn in bestaande wetgeving.
Motivatie
  • Met dit voorstel heroriënteert het college de premiestructuur toekomstgericht en duurzaam. Op die manier worden de beschikbare middelen maximaal ingezet op de maatregelen die een verschil maken voor de energieprestatie en waterhuishouding van woningen, en dus voor het klimaat.
  • Door het samenvoegen van de premies zal de aanvrager al de mogelijke subsidieerbare werken terugvinden onder 1 aanvraagformulier i.p.v 4 formulieren, wat de weg naar het aanvragen van een premie makkelijker en duidelijker maakt.
  • De verlenging van de maximumouderdom van de factuur geeft de aanvragers meer tijd om de premie aan te vragen.
  • De voorwaarden van iedere categorie werden gebaseerd op de voorwaarden van de Vlaamse verbouwpremie, zodat ook deze premie up to date is met de meest recente eisen.
Financiële impact
  • De nodige kredieten (raming 15.000 euro) worden jaarlijks in het budget ingeschreven.
Bespreking
  • Schepen Steven Van Troys licht het agendapunt ter zitting toe. 
Beslissing

Artikel 1: Volgende gemeenteraadsbesluiten blijven van toepassing voor aanvragen ingediend met facturen van maximaal 1 jaar oud van vóór 1 januari 2026 :

  • van 17 december 2024 - Goedkeuren subsidiereglement voor het plaatsen en aanwenden van alternatieve energiebronnen voor het energiezuinig maken van bestaande ééngezinswoningen voor het jaar 2025.
  • van 22 april 2014 - Aanpassen reglement inzake het verlenen van een gemeentelijke aanpassings- en verbeteringspremie, een gemeentelijke bouw- en aankooppremie en een gemeentelijke renovatiepremie.
  • van 17 december 2013 - Wijziging van subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties voor woningen.
Aanvragen met facturen van na 31 december 2025 zullen hiervoor niet meer in aanmerking komen.


Artikel 2: Op 1 januari 2027 worden volgende gemeenteraadsbesluiten opgeheven:

  • van 17 december 2024 - Goedkeuren subsidiereglement voor het plaatsen en aanwenden van alternatieve energiebronnen voor het energiezuinig maken van bestaande ééngezinswoningen voor het jaar 2025.
  • van 22 april 2014 - Aanpassen reglement inzake het verlenen van een gemeentelijke aanpassings- en verbeteringspremie, een gemeentelijke bouw- en aankooppremie en een gemeentelijke renovatiepremie.
  • van 17 december 2013 - Wijziging van subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties voor woningen. 
 

Artikel 3: Het onderstaand subsidiereglement van de Zultse verbouwpremie treedt in voege vanaf 1 januari 2026.

 


Categorieën:

U kan een premie verkrijgen voor werken/plaatsingen van volgende categorieën:

  1. Hernieuwbare energiebronnen:
    1. Warmtepomp
    2. Warmtepompboiler
  2. Isolatie
    1. Na-isolatie bestaande buitenmuur via buitenzijde en bestaande spouwmuur
    2. Vloer- en kelderisolatie
    3. Dakisolatie in combinatie met asbestverwijdering
  3. Ramen en deuren
    1. Beglazing
    2. Buitenschrijnwerk
  4. Hemelwaterinstallaties
  5. Ontharden en vergroenen particulieren voortuinen en opritten
  6. Aanpassen van woning aan de noden van ouderen of personen met een handicap
 

Algemene voorwaarden: 

  • De werken waarvoor u de premie aanvraagt, zijn volledig uitgevoerd en u heeft hiervan een eindfactuur.
  • De plaatsing/werken moet gebeuren door een aannemer. Eventueel kunt u bepaalde werken zelf uitvoeren onder begeleiding van een aannemer die voor de uiteindelijke plaatsing instaat. 
    Aankoopfacturen voor materialen zonder factuur voor plaatsing komen niet in aanmerking.
  • Deze premie geldt enkel voor investeringen in gebouwen (huizen en appartementen):
    • Die als woning worden gebruikt.
    • Die minimaal 30 jaar oud zijn op dag van de aanvraag. (bij de categorieën E. (ontharding) en F. (aanpassing) geldt er geen ouderdomsgrens van de woning.)
    • Die gerenoveerd en niet volledig heropgebouwd worden.
  • Facturen mogen niet meer dan 2 jaar oud zijn op de dag van de aanvraag.
  • De aanvrager:
    • Dient een natuurlijk meerderjarig persoon te zijn (geen onderneming).
    • Heeft de woning in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik.
    • Noch zijn samenwoner mogen een andere woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik hebben.
  • U kunt slechts om de 5 jaar een premie ontvangen maar iedere categorie kan slechts éénmaal worden aangevraagd. Deze voorwaarde is woning- en aanvrager-gebonden (dus dezelfde eigenaar(s) en voor dezelfde woning):
    • Bij verandering van eigenaar/investeerder kan de nieuwe eigenaar wel terug een aanvraag doen, ook al is de termijn nog niet verstreken.
  • Het gemeentebestuur behoudt zich het recht om -in elke fase van het project- ter plaatse te komen en zich te vergewissen van de situatie en indien nodig contact te nemen met de firma en/ of aannemer die de installatie beschreven heeft, levert, plaatst of die advies verstrekt. Indien de installatie niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag, behoudt het gemeentebestuur het recht uitbetaalde premies terug te vorderen.
  • De toekenning van de premie betekent niet dat het gemeentebestuur verantwoordelijk wordt voor de toestellen, materialen en/ of resultaten.
  • De premies worden slechts uitbetaald indien de nodige stedenbouwkundige vergunningen voor de gebouwen en de werken die betrekking hebben op de subsidie, verkregen werden. 

 

Bedrag van de premie: 

  • De premie bedraagt 15% van de kosten met een maximum van 300 euro.
  • Enkel voor categorie E. (ontharding) geldt een andere berekeningsmethode en is er geen factuur nodig maar bedraagt het maximum ook 300 euro:
    • Gazon ter vervanging van een gesloten verharding: 5 euro/m².
    • Beplanting ter vervanging van een gesloten verharding: 7,5 euro/m².
  • Het maximumbedrag van 300 euro geldt voor al de categorieën samen.  Er kan dus niet voor iedere categorie apart 300 euro verkregen worden.
  • De premie wordt halfjaarlijks uitbetaald, in juli en in december.

 

Aan te leveren documenten: 

De volgende documenten moeten aangeleverd worden via de aanvraagpagina op de website van de gemeente of fysiek aan het loket van de milieudienst op het gemeentehuis.

  • Aanvraagformulier met gegevens van de aanvrager en plaats van uitvoering.
  • Categoriespecifiek attest van de aannemer (dit zijn dezelfde attesten als de attesten die gebruikt worden voor het aanvragen van de Vlaamse mijnVerbouwpremie).
  • Foto(‘s) van de uitgevoerde werken/plaatsing.
  • Factuur (enkel bij de categorie E. (ontharden) niet).
  • Betaalbewijs van de factuur.
  • Uittreksel van myMinFin met bewijs van het aantal onroerende goederen van de aanvragers. (enkel bij de categorie E. (ontharden) niet).
  • Attest handicap (enkel bij de categorie F. (aanpassen van een woning aan de noden van een persoon met  een handicap)).

  

Voorwaarden per categorie: 

A.   Hernieuwbare energiebronnen:

 1.    Installaties van warmtepompen 

De voorwaarden voor de installatie van een warmtepomp zijn de volgende:

  • De warmtepomp wordt geplaatst door een aannemer die over een certificaat van bekwaamheid beschikt, ofwel moet de installatie gecontroleerd worden door een aannemer met een certificaat van bekwaamheid. Het certificeringsnummer van de aannemer moet vermeld worden op een attest en bij de premieaanvraag gevoegd worden.
  • De warmteafgiftetemperatuur van het systeem bedraagt maximaal 55°C.
  • Voor de energie-efficiëntie bij warmtepompen in woningen en appartementen kijken we naar het productlabel of het pakketlabel.
  • Een geothermische warmtepomp, lucht/lucht warmtepomp en lucht/waterwarmtepomp hebben een productlabel. Ze hebben maar 1 opwekker voor warmte, maar kunnen wel 2 verschillende functies hebben (ruimteverwarming en sanitair warm water). Zo’n productlabel bestaat uit een etiket (met kleurenbalkjes en een letter) en een productkaart (met meer detailinfo). Het etiket volstaat hier om de energie-efficiëntie aan te tonen.
    • Een geothermische warmtepomp moet een Europees productlabel A++ of beter hebben voor verwarming.
    • Een lucht/lucht warmtepomp moet een Europees productlabel A+ of beter hebben voor verwarming. Een lucht/lucht warmtepomp waarvoor geen Europees productlabel voor de combinatie van de binnen- en buitenunit beschikbaar is, moet voldoen aan de minimale energie-efficiëntie eisen voor niet-woongebouwen voor verwarming.
    • Een lucht/water warmtepomp moet een Europees productlabel A+ of beter hebben voor verwarming.
  • Een hybride lucht/water warmtepomp werkt samen met een gascondensatieketel en heeft een pakketlabel. Hier zijn dus twee verschillende opwekkers voor warmte. Het pakketlabel geldt dus voor de combinatie van de gascondensatieketel en de lucht-waterwarmtepomp. Het pakketlabel bestaat ook uit een etiket (met kleurenbalkjes) en een productkaart met meer informatie. Bij een hybride warmtepomp volstaat het etiket niet, maar is ook de productkaart nodig. Het etiket geeft onvoldoende informatie, omdat dit enkel het label en niet de seizoensgebonden energie-efficiëntie vermeldt.
    • Een hybride lucht/water warmtepomp moet een pakketlabel hebben met een minimale seizoensgebonden energie-efficiëntie van 110% voor de combinatie van een gasketel, lucht-waterwarmtepomp en regeling. Een eventueel zonthermisch systeem voor sanitair warm water mag niet worden meegerekend. U voegt de productkaart van het pakketlabel van de hybride warmtepomp aan de premieaanvraag toe.
  • De warmtepomp mag als actieve koeling gebruikt worden onder volgende voorwaarden:
    • De warmtepomp is de enige centrale verwarming voor het gehele gebouw.
  • Zwembadverwarming, geheel of gedeeltelijk, komt niet in aanmerking.

 

2.    Installaties van warmtepompboilers die uitsluitend werken  voor de productie van sanitair warm water 

  • De warmtepompboiler beschikt over een regeling om de warmwatertemperatuur te verhogen bij een extern signaal om zo aan thermische opslag te kunnen doen.
  • De plaatsing moet gebeuren door een aannemer. Aankoopfacturen voor materialen zonder factuur voor plaatsing komen niet in aanmerking.
  • De warmtepompboiler heeft een Europees productlabel(open definitie) A+ of beter.

 

B.   Isolatiematerialen

1.    Na-isolatie bestaande buitenmuur via buitenzijde en bestaande spouwmuur

De voorwaarden voor spouwmuurisolatie zijn de volgende:

  • De maximale lambdawaarde van het gebruikte materiaal is 0,065W/m.K.
  • De lamdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van NBN B 62-002 of ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product.
  • De spouw is volledig opgevuld en heeft een minimale breedte van 50 mm.
  • De na-isolatie van spouwmuren die al gedeeltelijk voorzien zijn van spouwmuurisolatie, komt niet in aanmerking.
  • De afwerking van buitenmuren met gevelsteen, gevelbekleding of -bepleistering in speciaal daartoe bestemde materialen telt alleen mee in combinatie met het aanbrengen van buitenmuurisolatie langs de binnen- of buitenkant van de buitengevel.
  • De spouwmuurisolatie moet geplaatst worden door een STS 71-1 erkende aannemer die een Verklaring van Overeenkomstigheid met STS 71-1 toevoegt. Punt 5.5 van de STS71-1 is daarbij niet van toepassing.
 

De voorwaarden voor isolatie langs de buitengevel zijn de volgende:

  • De Rd-waarde bedraagt minstens 3 m² K/W. Het isolatiemateriaal mag in verschillende lagen geplaatst worden. De Rd-waarde van een bestaande isolatielaag of afwerkingslaag mag niet worden meegerekend. Indien de totale muur in verschillende delen (met verschillende materialen of verschillende diktes) werd geïsoleerd, moet de laagste Rd-waarde en het daarbij horende materiaal ingevuld worden met de totale muuroppervlakte van alle geïsoleerde delen.
  • De lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van NBN B 62-002 of ETA (Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product. 

 

De voorwaarden voor isolatie langs de binnenkant van de buitengevel zijn de volgende:

  • De Rd-waardebedraagt minstens 2 m² K/W. Het isolatiemateriaal mag in verschillende lagen geplaatst worden. De Rd-waarde van een bestaande isolatielaag of afwerkingslaag mag niet worden meegerekend.
  • De lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van NBN B 62-002 of ETA(Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product.
  • De isolatie moet geplaatst worden door:
    • een aannemer met certificaat van bekwaamheid(of aspirant) zoals opgenomen in artikel 8.5.1, §1, 8° van het Energiebesluit van 19 november 2010
    • of door een aannemer onder begeleiding van een architect die is ingeschreven in de tabel van de Orde van Architecten. Er moet dan ook een attest van de begeleidende architect worden toegevoegd.
  • Enkel wanneer u de buitenmuur isoleert aan de binnenkant van de buitengevel komt de natte of droge bepleistering op de binnenkant van de buitenmuren (gips-, kalk- en leembepleistering) in aanmerking.
 

2.     Vloer-en kelderisolatie 

De voorwaarden voor vloer-en kelderisolatie zijn de volgende:

  • Enkel plaatsen van nieuwe vloerisolatie op volle grond (op gelijkvloers of in de kelder) of nieuwe isolatie op plafond van kelder of verluchte ruimte onder een verwarmde ruimte komen in aanmerking.
  • Enkel vloeren van direct en indirect verwarmde ruimtes komen in aanmerking (bijvoorbeeld geen onverwarmde bijgebouwen of vrijstaande garages).
  • De vloer of het kelderplafond moeten geïsoleerd worden/zijn met een Rd-waarde van minstens 2 m²K/W. Als de totale vloer in verschillende delen (met verschillende materialen of verschillende diktes) werd geïsoleerd, moet de laagste en het daarbij horende materiaal ingevuld worden met de totale vloeroppervlakte van alle geïsoleerde delen.

 

3.    Dakisolatie in combinatie met asbestverwijdering van dak/onderdak 

De voorwaarden voor dakisolatie zijn de volgende:

  • Enkel het plaatsen van nieuwe dak- of zoldervloerisolatie in combinatie met verwijdering van asbesthoudende materialen in de dakbedekking en/of het onderdak komen in aanmerking.
  • De nieuw geplaatste dakisolatie moet een Rd-waarde van minstens 4,5 m²K/W hebben. Het isolatiemateriaal mag in verschillende lagen geplaatst worden. 
    De Rd-waarde van een bestaande isolatielaag of afwerkingslaag telt niet mee. Enkel de nieuwe isolatie met Rd-waarde van minstens 4,5 m²K/W komt in aanmerking voor een premie.
  • De lambdawaarden die gebruikt worden voor de berekening van de Rd-waarde worden bepaald volgens de richtlijnen van NBN B 62-002 of ETA(Europese Technische Goedkeuring) of komen voor op de CE-markering en de bijhorende DOP (Verklaring van Prestatie) van het product.
  • Bij het isoleren van een hellend dak moet u een dampscherm plaatsen langs de binnenkant van het gebouw.
    • Isolatie via de binnenzijde van een hellend dak: Een dampscherm is altijd noodzakelijk.
      • In het geval van PUR/PIR mét geïntegreerd dampscherm (aluminium folie) moet de continuïteit van het dampscherm verzekerd zijn door het afplakken van naden en randaansluitingen met Alu-tape.
      • Gespoten pur (tussen de kepers) heeft geen geïntegreerd dampscherm. Hier moet een apart dampscherm geplaatst worden.
      • Ook bij andere isolatiematerialen is een apart dampscherm verplicht.
    • Overzetdak (met isolatie geplaatst boven de bestaande dakbedekking): er moet een dampscherm of sealing aangebracht worden boven de bestaande dakbedekking of het bestaande onderdak. De bestaande dakbedekking kan niet dienen als dampscherm.
    • Sarkingdak met PUR-panelen: het dampscherm komt onder de panelen.
  • Bij het isoleren van een plat dak is een dampscherm niet verplicht, maar wel aangeraden.

  • De aannemer die het asbest verwijdert, moet op het moment van de uitvoering van de werken een geldig attest hebben conform de bepalingen in de Codex ‘Welzijn op het werk’. 
    De asbestverwijdering moet gebeuren volgens Code Van Goede Praktijken OVAM ‘Veilig werken met asbestdaken en -gevels’ of de aannemer moet lid zijn van het ‘Asbestcharter voor dakaannemers’.
  • De melding van de asbestverwijdering is altijd verplicht conform de bepalingen in de Codex over het welzijn op het werk. De meldingsdatum van asbestverwijdering moet voor de uitvoering van de werken of ten laatste op de dag van de asbestverwijderingswerken liggen. Ontbreekt de datum op het attest of ligt deze datum na de uitvoeringsdatum van de asbestverwijderingswerken dan kunt u geen bonus voor asbestverwijdering ontvangen.
    • voor aannemers met werknemers is dit :
      • datum melding van de werken bij FOD WASO (FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg) OF
      • datum aangifte voor gevaarlijke werken 30bis bij de Sociale Zekerheid
    • voor aannemers zonder werknemers is dit:
      • datum aangifte voor gevaarlijke werken 30bis bij de Sociale Zekerheid
  • Het moet gaan over volledige verwijdering asbesthoudende materialen van de dakbedekking (bijv. golfplaten, leien) of van het onderdak. Verwijdering van asbest dat in andere toepassingen of gebouwdelen zat, geldt niet voor de premie (bijv. asbesthoudende buizen in of buiten schoorsteenkanalen).
 

C.    Ramen en deuren 

De voorwaarden voor de plaatsing van beglazing zijn de volgende:

  • Het gaat over 1 van de volgende werkzaamheden:
    • Plaatsen van hoogrendementsglas.
    • Plaatsen van een dakdoorbreking zoals de dakvlakramen en de lichtkoepels voorzien van glas of polycarbonaat met een Ug-waarde van maximaal 1,0 W/m²K en de lichtkoker.
    • Beglazing van voorzetramen en achterzetramen die voldoet aan de maximale U(g)-waarde.
    • Afbreken en plaatsen van ramen en buitendeuren (buitenschrijnwerk) met hoogrendementsbeglazing.
    • Afbreken en plaatsen van volle buitendeuren (een buitendeur zonder glas (dus ook geen klein raam, uitgezonderd spionoog of opening voor brievenbus)).
    • Voorzetramen en achterzetramen met beglazing die voldoet aan de maximale U(g)-waarde.
  • De Ug-waarde van de hoogrendementsbeglazing of de U-waarde van de transparante kunststofplaten of lichtkoepels mag maximaal 1,0W/m²K bedragen.
    • De Ug-waarde van het geplaatste glas moet berekend zijn volgens NBN EN 673 in overeenstemming met de CE-markering.
    • De U-waarde van de transparante kunststofplaat (polycarbonaat) moet bepaald zijn volgens NBN EN 16153 in overeenstemming met de CE-markering.
    • De U-waarde van de lichtkoepel, moet bepaald zijn volgens NBN EN 1873, in overeenstemming met de CE-markering.
  • De hoogrendementsbeglazing moet geplaatst zijn in ruimtes die na het plaatsen van de beglazing direct of indirect verwarmd worden.
  • De U-waarde van nieuw geplaatste volle buitendeuren mag maximaal 2,0 W/m²K bedragen.

 

D.   Hemelwaterinstallaties 

De voorwaarden voor de plaatsing van een hemelwaterinstallatie zijn de volgende:

  • De aanleg mag niet verplicht zijn volgens de gewestelijke hemelwaterverordening 2023.
  • De hemelwaterinstallatie dient te voldoen aan de richtlijnen zoals deze bepaald zijn in de gewestelijke hemelwaterverordening 2023.
  • De minimale inhoud van de hemelwaterput van een bestaande eengezinswoning dient in overeenstemming te zijn met de aangesloten dakoppervlakte:
    • De horizontale dakoppervlakte bedraagt minder dan 80 m²: de hemelwaterput is minstens 5.000 l groot
    • De horizontale dakoppervlakte bedraagt 80 tot 120 m²: de hemelwaterput is minstens 7.500 l groot.
    • De horizontale dakoppervlakte bedraagt 120 tot 200 m²: de hemelwaterput is minstens 10.000 l groot.
    • De horizontale dakoppervlakte bedraagt 200 m² of meer: de hemelwaterput heeft een volume van minimaal 100l/m² dakoppervlakte, tenzij uit de aanvraag blijkt dat de gebruiksmogelijkheden niet in verhouding staan tot het berekende volume. Dit moet aangetoond worden met een berekeningsnota.
  • De volledige dakoppervlakte is aangesloten op de hemelwaterput. Een onvolledig aangesloten dakoppervlakte is slechts toegestaan mits grondige motivering.
  • Hergebruik van het in de hemelwater gecapteerde water is verplicht door middel van een aangesloten pompinstallatie met een minimale aansluiting van 2 aftappunten  (WC, wasmachine,..).
  • Een pompinstallatie is verplicht tenzij de verschillende aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.
  • Er mag geen directe verbinding gecreëerd worden tussen het drinkwaternet en het leidingennet aangesloten op de hemelwaterput. Hiertoe dient de hemelwaterput met drinkwater bijgevuld te worden door middel van een bijvulsysteem met onderbreking overeenkomstig de code van goede praktijk, ofwel dient een afzonderlijk leidingencircuit voorzien te worden voor hemelwater en drinkwater.
  • De overloop van de hemelwaterput wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening op eigen terrein.

 

E.    Ontharden en vergroenen particuliere voortuinen en opritten

De voorwaarden voor het ontharden en vergroenen zijn de volgende:

  • Het gaat enkel over ontharden en vergroenen van voortuinen en opritten.
  • De subsidie kan enkel aangevraagd worden door particulieren en voor particuliere woningen, waar in geen enkele vergunning het opbreken van gesloten verharding is opgenomen als voorwaarde.
  • Per adres kan slechts één aanvraag ingediend worden.
    De opgebroken gesloten verharding wordt vervangen door gazon, wintervaste planten, hagen, struiken en/of bomen.
  • De aanvrager dient de nieuwe aanplant minimaal gedurende 10 jaar in stand te houden. Afgestorven planten dienen vervangen te worden.
  • Er wordt minimum 5 m² gesloten verharding opgebroken.
  • De opgebroken gesloten verharding mag niet gecompenseerd worden elders op het perceel.
  • Binnen een periode van 10 jaar mag ook geen bijkomende gesloten of open verharding aangelegd worden op het perceel. Indien dit toch wordt vastgesteld, dan dient de subsidie terugbetaald te worden, in verhouding tot het aantal m² bijkomende verharding die gerealiseerd werd.
  • Het verwijderen van anti-worteldoek, boomschors, e.d. materialen komt niet in aanmerking voor subsidie.
  • De subsidie wordt pas uitbetaald na ontvangst van enkele foto’s waarop de volledig uitgevoerde werken (nieuwe aanplant en/of gazon) en de bestaande toestand duidelijk zichtbaar zijn. Deze worden uiterlijk 1 jaar na het indienen van de aanvraag opgestuurd naar milieu@zulte.be met vermelding van naam en adres.

 

Berekening bedrag:

  • Gazon ter vervanging van een gesloten verharding: 5,00 euro/m².
  • Beplanting ter vervanging van een gesloten verharding: 7,50 euro/m².

 

F.    Aanpassen van de woning aan de noden van ouderen of personen met een handicap 

De voorwaarden voor het aanpassen van de woning aan de noden van het ouder worden zijn de volgende:

  • Volgende personen komen in aanmerking:
    • 65-plussers.
    • Personen met een handicap.
    • De bewoner die zijn woning aanpast voor een 65-plusser of persoon met een handicap, op voorwaarde dat deze laatste een bloed- of aanverwant is tot de tweede graad.
  • Volgende werken aan technische installaties komen in aanmerking:
    • Het installeren van een aangepaste badkamer met ten minste een douche en een wastafel. Een tweede badkamer kan alleen een premie krijgen als ze op een andere woonverdieping ligt dan de eerste.
    • Het plaatsen van een aangepast toilet en/of een tweede toilet op een andere woonverdieping.
    • Het installeren van een traplift of rolstoelplateaulift.
    • Het installeren van vaste, in de woning verankerde, mechanische hulpmiddelen om zich te verplaatsen.
    • Het aanbrengen van handgrepen en steunmiddelen in de sanitaire lokalen.
    • Het automatiseren van de bestaande toegangsdeur, garagepoort of rolluiken (voor het plaatsen van nieuwe automatische deuren, poorten en rolluiken komt enkel de motor in aanmerking).
  • Volgende werken om de toegankelijkheid van de woning te verbeteren komen in aanmerking:
    • Het toegankelijk maken van de woning via hellende vlakken, het verbreden van de toegangsdeur (al dan niet met automatische bediening) en het wegwerken van hinderlijke toegangsdrempels.
    • Het creëren van voldoende ruimte in de woning door het aanpassen van de gangbreedte en de deuropeningen of het vergroten of functioneel herschikken van woonvertrekken of sanitaire lokalen.
    • Het wegwerken van niveauverschillen op de woonverdieping van de woning door het verhogen of verlagen van vloeren.
    • Het overbruggen van de verdiepingshoogte door het plaatsen van veilig beloopbare trappen.
    • Verbouwings- en inrichtingswerkzaamheden om in de woning een wooneenheid in te richten waarin de bejaarde zelfstandig en afzonderlijk kan wonen.

 

Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak betreffende de toekenning van de subsidie aanvragen.

 

Artikel 5: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester het besluit en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente. Op dezelfde dag brengt de gemeente overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.