Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  GEMEENTERAAD

di 16/12/2025 - 19:30

VASTSTELLEN BELASTINGREGLEMENT OP HET NIET OPTIMAAL AFKOPPELEN VAN HEMELWATER EN HUISHOUDELIJK AFVALWATER EN HET ILLEGAAL AANSLUITEN OP DE OPENBARE RIOLERING - AANSLAGJAREN 2026 TOT EN MET 2031

Aanwezig: Tony Boeckaert, voorzitter
Simon Lagrange, burgemeester
Sophie Delaere, Olivier Peirs, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Steven Van Troys, schepenen
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Yentl De Wever, Céleste Heyerick, Lieven Lippens, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Stephen Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, gemeenteraadsleden
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Berkan Nalli, gemeenteraadslid
Bevoegheid
  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, de artikelen 41, 162 en 170 § 4.
  • Decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41.
Wetten en reglementen
  • Het Wetboek van inkomstenbelastingen van 10 april 1992 zoals van toepassing inzake provincie- en gemeentebelastingen.
  • Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
  • De omzendbrief van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
  • De Europese Kaderrichtlijn Water van 22 december 2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving veilig te stellen.
  • Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I) en latere wijzigingen.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 6.2.2.1.2. §4 voor niet-ingedeelde inrichtingen: “voor de afvoer van hemelwater moet de voorkeur gegeven worden aan de afvoerwijzen zoals hierna in afnemende graad van prioriteit vermeld :
    1. opvang voor hergebruik;
    2. infiltratie op eigen terrein;
    3. buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
    4. lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.
      Slechts wanneer de beste beschikbare technieken geen van de voornoemde afvoerwijzen toelaten, mag het hemelwater overeenkomstig de wettelijke bepalingen worden geloosd in de openbare riolering.”
  • Het ministerieel Besluit van 1 juli 2022 betreffende de vaststelling van het  zoneringsplan van de gemeente Zulte.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende het algemeen waterverkoopreglement en latere wijzigingen.
  • Het ministerieel besluit van 20 maart 2023 betreffende de keuring van de binnen-installatie en de privéwaterafvoer.
  • Het ministerieel Besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
  • Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2005 inzake toetreding van de gemeente Zulte tot de zuiveringsdivisie van TMVW/Farys.
  • Gemeenteraadsbesluit de dato 18 december 2008 houdende de volledige eigendomsoverdracht van de gemeentelijke rioleringen aan TMVW/Farys.
  • Het bijzonder waterverkoopreglement – deel huisaansluitingen Zulte en het aanvraagformulier.
  • Gemeenteraadsbesluit d.d. 17 december 2019 m.b.t. vaststellen rioleringsaansluiting, plan van aanpak voor private rioleringsafkoppeling n.a.v. rioleringswerken op openbaar domein en collectieve I.B.A.-aanpak.
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 10 februari 2023 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
  • Het reglement op rioleringsaansluiting, plan van aanpak voor private rioleringsafkoppeling n.a.v. rioleringswerken op openbaar domein en collectieve IBA-aanpak van 16 december 2025.
Feiten
  • Een optimale afkoppeling van het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, voor bestaande gebouwen is verplicht op het ogenblik dat een gescheiden riolering wordt aangelegd of heraangelegd, of zoals bepaald in het gebiedsdekkend uitvoeringsplan (GUP). 
  • De afkoppeling van het hemelwater is een eerste stap om hergebruik van hemelwater, infiltratie en zo nodig buffering op particulier domein te realiseren.
  • Op deze wijze wordt het risico op overstromingen in lager gelegen gebieden beperkter en wordt verdroging van de bodem door massale afvoer van hemelwater naar het rioleringsstelsel tegengegaan. 
  • Daarom is het belangrijk dat hemelwater gescheiden wordt opgevangen en dat daarbij wordt ingezet op duurzaam waterbeheer. Om die reden wordt een specifieke volgorde van maatregelen toegepast: de ladder van Lansink, zoals vastgelegd in art. 6.2.2.1.2. §4 van Vlarem II. 
  • De eerste voorkeur gaat uit naar maximaal hergebruik van hemelwater. Als dan niet (volledig) kan, is het aangewezen om in te zetten op infiltratie zodat het hemelwater in de bodem kan insijpelen. Op die manier worden de grondwaterreserves op peil gehouden. 
  • Bij het opstellen van een afkoppelingsstudie zal steeds de ladder van Lansink voor hemelwater toegepast worden. Dit wil zeggen dat volgende voorkeursvolgorde voor de afvoer van hemelwater gevolgd wordt:
    1. Opvang voor hergebruik
    2. Infiltratie op eigen terrein
    3. Buffering met vertraagd lozen in een oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater
    4. Lozing in de regenwaterafvoerleiding (RWA) in de straat. 
  • Een aansluiting op de RWA-riolering zal dus enkel weerhouden worden als blijkt dat de opties met hogere voorkeur technisch onhaalbaar zijn. 
  • Om deze doelstellingen te bereiken worden particulieren in een aantal gevallen verplicht om het hemelwater en afvalwater van hun privaat domein te scheiden. 
    Dit is ook het geval als het gemeentebestuur, rioolbeheerder of Aquafin een gescheiden rioleringsstelsel aanlegt in hun straat.
  • De afkoppeling van het hemelwater voorkomt ook dat rioleringsstelsels onnodig worden belast en overstorten minder in werking treden. De aanvoer van niet-vervuild hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties moet bovendien zoveel mogelijk beperkt worden om deze installaties naar behoren te laten werken.
Motivatie
  • De subsidiërende overheid VMM, verplicht dat na uitvoering van de werken ten opzichte van aangelanden die de afkoppeling niet optimaal realiseerden, een proces-verbaal wordt opgemaakt wegens inbreuk op de Vlarem-wetgeving of de opmaak van een belastingkohier wegens niet optimaal afkoppelen, op straffe van verlies van subsidies.
  • Teneinde een optimaal afkoppelingsresultaat van het privaat rioleringsstelsel bij openbare afkoppelingsprojecten te bekomen, is de opmaak van een proces-verbaal en navolgende vervolging door parket en rechtbank, niet het meest efficiënt middel.
  • Aan gemeentebesturen wordt nog steeds geadviseerd een belastingreglement te hebben betreffende "niet optimaal afkoppelen van private riolering".
  • Dit belastingreglement kan nog eens tijdelijk worden ingevoerd voor de periode 2026-2031, in afwachting van een decreetswijziging die handhaving via GAS-boetes mogelijk moet maken. 
    Eens deze decreetswijziging van kracht is, zal het invoeren van een belastingreglement niet langer toegestaan zijn.

  • Doel van dergelijk reglement is de onbereidwillige aangelande van een afkoppelingsproject, jaarlijks te belasten tot men middels een keuringsattest kan aantonen dat de private afkoppeling conform de afkoppelingsstudie werd uitgevoerd.
  • Om een extra incentive te geven om deze afkoppeling binnen de kortst mogelijke termijn na het verstrijken van de 'normale' uitvoering alsnog te realiseren, wordt de belasting per maand berekend. Het tarief wordt in verhouding tot de inflatie van afgelopen legislatuur verhoogd.

  • De verplichte regenwaterrecuperatie, -infiltratie en/of -buffering zijn noodzakelijk om waterschaarste en verdroging te bestrijden.  
  • Zulte heeft kenmerkend een zanderige bodem, die uitgesproken geschikt is voor realisatie van infiltratievoorzieningen. 
    De Vlarem II wetgeving legt de toepassing van de ladder van Lansink op bij afkoppelingsprojecten. Dit impliceert dat na recuperatie, infiltratie op eigen terrein de standaardoplossing is bij afkoppelingsprojecten, voor zover technisch mogelijk. Die technische analyse gebeurt bij opmaak van de perceelsgebonden afkoppelingsstudie in samenspraak tussen de actoren van elk rioleringsproject.  
  • De controle en het toezicht op de afkoppeling is aan de gemeente opgedragen.

  • Voor nieuwbouw en voor grote verbouwingen met stedenbouwkundige of omgevingsvergunning wordt de afkoppeling van hemelwater en afvalwater, alsook infiltratie opgelegd in de vergunningen doch deze voorwaarden worden niet altijd gerealiseerd in overeenstemming met de vergunning.
  • Frequent wordt vastgesteld dat nieuwe rioolaansluitingen niet conform voormeld algemeen reglement rioolaansluitingen worden aangevraagd bij de rioolbeheerder en dat de vigerende wetgeving m.b.t. de keuring van de privéwaterafvoer niet steeds wordt nageleefd.
  • Het is niet verantwoord is dat de overheid investeert in een (duur) gescheiden rioleringsstelsel en zuiveringsinfrastructuur, zonder dat er garanties worden ingebouwd dat de burger op een correcte wijze zijn privéwaterafvoer(en) aansluit op de openbare infrastructuur.
  • In het kader van de subsidiëring van de gemeentelijke rioleringen is de afkoppeling van het hemelwater van private gebouwen een vereiste om als gemeentebestuur in aanmerking te komen voor subsidies.
  • We stellen bovendien vast dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze gebeuren; dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder maar eigenhandig (zelf of door een aannemer) worden gerealiseerd.
  • De eigenaars van een pand waarvan wordt vastgesteld dat:
    • de huisaansluiting illegaal gebeurde,
    • de afkoppeling niet gerealiseerd werd in overeenstemming met de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning,
    • de keuring van de privéwaterafvoer niet gebeurde zoals omschreven in het Algemeen Waterverkoopreglement,
      betalen onmiddellijk de aansluitingskost en eventuele bijkomende kosten voor controle, herstel- en aanpassingswerken aan de rioolbeheerder.
  • De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en naleving van de gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater (GSVH).
  • Daarom is er nood aan een structureel opvolgingssysteem in de vorm van een databank waarbij alle verleende stedenbouwkundige vergunningen, alsook alle rioolaansluitingen en keuringen zijn opgenomen. 
    Vlario heeft dergelijke databank (KPR) ontwikkeld.
  • De desbetreffende burgers krijgen voldoende kansen om tot een conform keuringsattest te komen, doch voor deze die na 2 aanmaningen nog steeds in gebreke blijven voor de rioolbeheerder wordt een dossier overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente.
Financiële impact
  • De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op de algemene rekening 7330400.
Bespreking
  • Schepen Sophie Delaere licht het agendapunt ter zitting toe.
  • Raadslid Ward Baeten stelt opnieuw puur gesproken wordt over de correcte aansluiting.  Er wordt in het reglement niet opgenomen hoe dit gerealiseerd wordt.   Schepen Sophie Delaere verwijst naar het voorgaande punt en de ladder van Lansik.  Het regenwater kan niet meer aan straat aangeleverd worden.  De manier waarop maakt het verschil niet. 
Beslissing

Artikel 1: Heffingstermijn - belastbaar feit

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt  een gemeentebelasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privéterrein n.a.v. de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel in door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten of het plaatsen van een IBA, en op het illegaal aansluiten op de openbare riolering.

 

Artikel 2: Definities

Onder ‘afkoppelingsproject’ wordt verstaan ‘elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad goedgekeurd project met realisatie van een gescheiden afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater sinds invoering van de verplichte keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen (1 juli 2011).

Met ‘entiteit’ wordt bedoeld: ‘elke woongelegenheid, gebouw, parking,... waar artikel 4 §5 van dit besluit op van toepassing is.
 

Artikel 3: De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de entiteit:

  1. waarvan de entiteit gelegen is binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd werd voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit-, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer,
  2. waarvan de entiteit gelegen is binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd wordt na inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein-, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer,
  3. waarvan wordt vastgesteld dat de nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder en "eigenhandig" (zelf of door een eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd, 
  4. waarvan de rioolbeheerder, noch het gemeentebestuur beschikt -na ingebruikname van de entiteit- over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer, binnen een termijn van 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder.
 De belasting is verschuldigd indien één van de bovenstaande voorwaarden is vervuld.
 

Artikel 4: Keuring privéwaterafvoer

§1. De keuring van de privéwaterafvoer in de gemeente moet gebeuren door keurders die beschikken over de vereiste technische vaardigheid om de keuring uit te voeren. De keurders mogen niet betrokken zijn in activiteiten die hun onafhankelijkheid en integriteit in relatie met de keuringsactiviteiten kunnen beïnvloeden. De keurder mag niet betrokken zijn bij de technische uitvoering van de binneninstallatie en/of privéwaterafvoer.


§2. De keuringsinstelling wordt geacht te beschikken over een ISO 17020-accredidatie met betrekking tot het keuren van private rioleringen of minstens reeds aan een ISO 17020 BELAC audit te zijn onderworpen m.b.t. keuring van de private rioleringen opgelegd door het Waterverkoopreglement.


§3. De keurder levert na controle en goedkeuring een keuringsattest af aan de klant of titularis. Het keuringsattest bevat alle informatie m.b.t. het afvoersysteem van het desbetreffende pand dat onderworpen wordt aan een keuring:

  1. Identificatie van de keuringsinstelling.
  2. Unieke referentie per pand en per keuring of herkeuring.
  3. Soort keuring (nieuwbouw, vernieuwbouw, afkoppeling, ...).
  4. Tijdstip van de keuring.
  5. Identificatie van de keurder (met geregistreerd uniek registratienummer binnen de keuringsinstelling).
  6. Naam en adresgegevens van de opdrachtgever.
  7. Naam en adresgegevens van de keuringsinstelling.
  8. Naam en adresgegevens van de eigenaar van het pand.
  9. Overzicht van de geldende wet- en regelgeving die betrekking hebben op het pand (m.b.t. waterafvoersysteem).
  10. Adresgegevens van het te keuren pand.
  11. Identificatie van het zoneringsgebied waar het pand gelegen is op het ogenblik van de keuring.
  12. Type gebouw en type bebouwing.
  13. Identificatie van het stelsel waarop het pand aangesloten is.
  14. Beschikbare documenten voor de keurder, op het ogenblik van de keuring.
  15. Beschrijving van het soort test  dat uitgevoerd wordt op de privériolering samen met het resultaat van de test, met aanduiding van het testtoestel   indien van toepassing, dit zowel voor RWA als DWA.
  16. Omschrijving van verharde dak- en verharde oppervlakken, met de bestemming van het water dat door deze oppervlakken opgevangen wordt.
  17. Informatie m.b.t. hemelwaterput, zoals volume, mate en aanwezige voorzieningen van hergebruik.
  18. Informatie over type en inhoud van zowel bovengrondse als ondergrondse infiltratievoorziening, met informatie over de aansluiting van een eventuele overloop.
  19. Informatie over eventuele risicoaansluitingen.
  20. Informatie over het type, de bestemming en aansluitdiepte van de huisaansluitputjes t.h.v. de perceelgrens.
  21. Informatie over de voorbehandelingsinstallatie, het volume en de aangesloten waterstromen.
  22. Informatie over een eventuele koolwaterafscheider, vetafscheider, met toegepaste dimensionering.
  23. Informatie over de aansluiting en overloop van een binnen en/of buitenzwembad.
  24. Informatie over een eventuele “individuele behandelingsinstallatie van afvalwater”.

Het keuringsattest bevat tevens alle informatie zoals opgesteld door de instelling voor opleiding voor de keurders.

Een kopie van het keuringsattest wordt overgemaakt aan de gemeente en rioolbeheerder.


§4. De keurder rapporteert via de KPR-module (Keuring Private Rioleringmodule) aan de geaccrediteerde instelling voor keurders.


§5. De privéwaterafvoer moet conform de gangbare wettelijke en technische voorschriften zijn. Zij moet in de volgende gevallen hierop gekeurd worden:

  1. voor de eerste ingebruikname; namelijk bij de aanvraag tot een nieuwe aansluiting op de riolering;
  2. bij belangrijke wijzigingen;
  3. na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid, op verzoek van de exploitant;
  4. bij de aanleg van gescheiden riolering op het openbaar domein in betreffende straat met de verplichting om af te koppelen op privédomein, conform de bepalingen van Vlarem.

De klant/titularis vraagt de keuring aan. Hij/zij kan hiervoor beroep doen op lijsten van de volgens ISO 17020 geaccrediteerde instellingen met identificatie van hun keurders voor het uitvoeren van keuringen op privérioleringen volgens het Waterverkoopreglement van 1 juli 2011 of gelijkwaardig geaccrediteerde instellingen met identificatie van hun keurders voor het uitvoeren van voornoemde keuringen.


§6. De kosten van de keuring zijn - voor zover ze niet binnen de uitvoeringstermijn van een afkoppelingsproject vallen (uiterlijk tot voorlopige oplevering) - ten laste van de klant of titularis.


§7. De privéwaterafvoer wordt geacht niet conform de geldende reglementaire en wettelijke voorschriften te zijn indien:

  1. de aansluiting van het afvalwater in strijd is met de geldende milieuvoorwaarden;
  2. huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in het gedeelte van de privéwaterafvoer dat bestemd is voor de afvoer van hemelwater;
  3. hemelwater wordt geloosd in het gedeelte van de privéwaterafvoer dat bestemd is voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater, tenzij hiervan kan worden afgeweken in uitvoering van art. 4.2.1.3 of art. 6.2.2.1.2 van Vlarem II;
  4. uit de keuring, zoals bedoeld in artikel 12, § 1, 3e lid van het besluit van de Vlaamse regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het Algemeen Waterverkoopreglement, blijkt dat niet voldaan wordt aan alle bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, en aan de bepalingen van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning m.b.t. de waterafvoer;
  5. er geen septische put geplaatst is conform de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 12 februari 2009, gewijzigd op 1 maart 2012 en 26 juni 2018, inzake huisaansluitingen op de riolering.

Dit zijn de criteria waarop de privéwaterafvoer wordt beoordeeld en op basis waarvan de keurder moet beslissen over goedkeuring of afkeuring.

Gezien er in de milieuwetgeving nog meer vereisten zijn die opgelegd worden aan de privéwaterafvoer, wil een positieve keuring niet per se zeggen dat voldaan is aan alle geldende reglementen. 

 

§8. Een nieuwe aansluiting of heraansluiting op de riool kan niet opengesteld worden als de klant/titularis geen positief keuringsattest kan voorleggen.


Artikel 5: Belastingplichtige

§1. De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.

§2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, zijn respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

§3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.


Artikel 6: Vrijstellingen
Volgende eigenaars worden vrijgesteld van deze belasting:

  1. Een nieuwe eigenaar: de nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van deze belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
  2. Entiteiten volledig gelegen binnen een onteigeningsplan: de eigenaar zoals bedoeld in artikel 5 §1, van entiteiten die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
  3. Entiteiten waarvan het technisch onmogelijk is om af te koppelen: de eigenaar dient in dit geval een dossier voor te leggen waaruit blijkt dat het technisch onmogelijk is.


Artikel 7: Procedure - berekeningswijze - tarief

1. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt elk aanslagjaar vast:

  • ofwel het ontbreken van een positief keuringsattest van de private riolering (artikel 3, situatie 1,2 & 4),
  • ofwel de ontvangst van een melding van de rioolbeheerder dat een nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting illegaal werd uitgevoerd (artikel 3, situatie 3).


2. De belasting wordt als volgt berekend: 

  • Voor de eerste 12 maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van €125,00 per begonnen maand,
  • Vanaf de 13de maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van €250,00 per begonnen maand.

3. Vanaf het aanslagjaar 2027 worden de basisbedragen van de belasting, vermeld onder punt 2, jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule, waarbij het geïndexeerde bedrag naar een veelvoud van 1 euro wordt afgerond. Indien het resultaat van de afronding status quo is, wordt de volgende indexering berekend op het niet-afgeronde bedrag:


Bedrag belasting aanslagjaar X= basisbedrag aanslagjaar 2026 * index september jaar (X-1)
                                                                  index september 2025

 

De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur, dan wel de rioolbeheerder betaling ontvangt van de rioolaansluitingsbijdrage.

De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was met het verplichte positief keuringsattest, dan wel met de verplichte rioolaansluitingsbijdrage.


Artikel 8: Wijze van invorderen

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.


Artikel 9: Betalingstermijn

De belasting dient betaald te worden binnen de 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.


Artikel 10: Bezwaarprocedure


Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen. 
 
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. 

Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om elektronische berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt. 

 
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend: 

e-mail: openbarewerken@zulte.be 

per brief: College van burgemeester en schepenen, Centrumstraat 8 te 9870 Zulte 
  

Artikel 11: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.


Artikel 12: Bekendmaking

Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).


Artikel 13: TMVW/Farys wordt in kennis gesteld van dit besluit.