Artikel 1: Heffingstermijn - belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privéterrein n.a.v. de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel in door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten of het plaatsen van een IBA, en op het illegaal aansluiten op de openbare riolering.
Artikel 2: Definities
Onder ‘afkoppelingsproject’ wordt verstaan ‘elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad goedgekeurd project met realisatie van een gescheiden afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater sinds invoering van de verplichte keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen (1 juli 2011).
Met ‘entiteit’ wordt bedoeld: ‘elke woongelegenheid, gebouw, parking,... waar artikel 4 §5 van dit besluit op van toepassing is.
Artikel 3: De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de entiteit:
Artikel 4: Keuring privéwaterafvoer
§1. De keuring van de privéwaterafvoer in de gemeente moet gebeuren door keurders die beschikken over de vereiste technische vaardigheid om de keuring uit te voeren. De keurders mogen niet betrokken zijn in activiteiten die hun onafhankelijkheid en integriteit in relatie met de keuringsactiviteiten kunnen beïnvloeden. De keurder mag niet betrokken zijn bij de technische uitvoering van de binneninstallatie en/of privéwaterafvoer.
§2. De keuringsinstelling wordt geacht te beschikken over een ISO 17020-accredidatie met betrekking tot het keuren van private rioleringen of minstens reeds aan een ISO 17020 BELAC audit te zijn onderworpen m.b.t. keuring van de private rioleringen opgelegd door het Waterverkoopreglement.
§3. De keurder levert na controle en goedkeuring een keuringsattest af aan de klant of titularis. Het keuringsattest bevat alle informatie m.b.t. het afvoersysteem van het desbetreffende pand dat onderworpen wordt aan een keuring:
Het keuringsattest bevat tevens alle informatie zoals opgesteld door de instelling voor opleiding voor de keurders.
Een kopie van het keuringsattest wordt overgemaakt aan de gemeente en rioolbeheerder.
§4. De keurder rapporteert via de KPR-module (Keuring Private Rioleringmodule) aan de geaccrediteerde instelling voor keurders.
§5. De privéwaterafvoer moet conform de gangbare wettelijke en technische voorschriften zijn. Zij moet in de volgende gevallen hierop gekeurd worden:
De klant/titularis vraagt de keuring aan. Hij/zij kan hiervoor beroep doen op lijsten van de volgens ISO 17020 geaccrediteerde instellingen met identificatie van hun keurders voor het uitvoeren van keuringen op privérioleringen volgens het Waterverkoopreglement van 1 juli 2011 of gelijkwaardig geaccrediteerde instellingen met identificatie van hun keurders voor het uitvoeren van voornoemde keuringen.
§6. De kosten van de keuring zijn - voor zover ze niet binnen de uitvoeringstermijn van een afkoppelingsproject vallen (uiterlijk tot voorlopige oplevering) - ten laste van de klant of titularis.
§7. De privéwaterafvoer wordt geacht niet conform de geldende reglementaire en wettelijke voorschriften te zijn indien:
Dit zijn de criteria waarop de privéwaterafvoer wordt beoordeeld en op basis waarvan de keurder moet beslissen over goedkeuring of afkeuring.
Gezien er in de milieuwetgeving nog meer vereisten zijn die opgelegd worden aan de privéwaterafvoer, wil een positieve keuring niet per se zeggen dat voldaan is aan alle geldende reglementen.
§8. Een nieuwe aansluiting of heraansluiting op de riool kan niet opengesteld worden als de klant/titularis geen positief keuringsattest kan voorleggen.
Artikel 5: Belastingplichtige
§1. De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
§2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, zijn respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Artikel 6: Vrijstellingen
Volgende eigenaars worden vrijgesteld van deze belasting:
Artikel 7: Procedure - berekeningswijze - tarief
1. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt elk aanslagjaar vast:
2. De belasting wordt als volgt berekend:
3. Vanaf het aanslagjaar 2027 worden de basisbedragen van de belasting, vermeld onder punt 2, jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule, waarbij het geïndexeerde bedrag naar een veelvoud van 1 euro wordt afgerond. Indien het resultaat van de afronding status quo is, wordt de volgende indexering berekend op het niet-afgeronde bedrag:
De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur, dan wel de rioolbeheerder betaling ontvangt van de rioolaansluitingsbijdrage.
De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was met het verplichte positief keuringsattest, dan wel met de verplichte rioolaansluitingsbijdrage.
Artikel 8: Wijze van invorderen
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: Betalingstermijn
De belasting dient betaald te worden binnen de 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarprocedure
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om elektronische berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
e-mail: openbarewerken@zulte.be
per brief: College van burgemeester en schepenen, Centrumstraat 8 te 9870 Zulte
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 12: Bekendmaking
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Artikel 13: TMVW/Farys wordt in kennis gesteld van dit besluit.