Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  GEMEENTERAAD

di 16/12/2025 - 19:30

AANVULLENDE GEMEENTEBELASTING OP DE PERSONENBELASTING - AANSLAGJAREN 2026 TOT EN MET 2031

Aanwezig: Tony Boeckaert, voorzitter
Simon Lagrange, burgemeester
Sophie Delaere, Olivier Peirs, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Steven Van Troys, schepenen
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Yentl De Wever, Céleste Heyerick, Lieven Lippens, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Stephen Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, gemeenteraadsleden
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Berkan Nalli, gemeenteraadslid
Bevoegheid
  • De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, de artikelen 41, 162 en 170 § 4.
  • Het Decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41.
Wetten en reglementen
  • Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, meer bepaald artikel 464 tot en met artikel 470/2.
  • Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
  • De omzendbrief van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Motivatie
  • Uit de financiële toestand van de gemeente blijkt dat rendabele belastingen dienen geheven te worden.
  • Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de aanslagvoet te behouden op 5,9% voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Financiële impact
  • De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op de algemene rekening 7301000.
Bespreking
  • Schepen Olivier Peirs licht het agendapunt ter zitting toe. 
Beslissing

Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belast zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2: De belasting wordt vastgesteld op 5,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, berekende grondslag. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4: Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 5: Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).

 

Artikel 6: Een afschrift van dit besluit zal overgemaakt worden aan de Federale Overheidsdienst Financiën.