De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen.
Bij de gedeeltelijke herziening van de Algemene Stedenbouwkundige Verordening (ASV) werd bij meergezinswoningen de bestaande norm 1,25 plaatsen / woongelegenheid opgetrokken tot 1,5 parkeerplaatsen, waarvan 1 parkeerplaats per woongelegenheid in open voorzieningen dient aangelegd te worden. Dit heeft tot doel dat er minder garages worden gebouwd, die op heden veelvuldig als berging worden gebruikt en dus niet waarvoor ze bedoeld zijn.
De open parkeervoorzieningen moeten ervoor zorgen dat de wagens van de bewoners minder op het openbaar domein komen te staan.
Tevens wordt in de herziening van de ASV gesteld dat de fietsvoorziening "makkelijker bereikbaar is dan de parkeervoorziening", met als doel voor korte verplaatsingen het fietsgebruik aan te moedigen.
Het bestaan en behoud van deze voorziening is dan ook cruciaal voor het welslagen van de beoogde mobiliteitsshift.
Om het aantal parkeerplaatsen, fietsstelplaatsen en de typologie (open/gesloten) en minimale afmetingen af te dwingen, wordt een belasting geheven.
Artikel 1: Heffingstermijn - belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op ontbrekende parkeerplaatsen, ontbrekende fietsstelplaatsen en het individueel afsluitbaar maken van open parkeerplaatsen bij meergezinswoningen, aangevraagd na 10 september 2018.
Artikel 2: Belastingplichtige en belastbaar feit
De belasting is verschuldigd door de houder van de omgevingsvergunning van stedenbouwkundige handelingen :
De belasting is solidair verhaalbaar op de rechtsopvolger(s) te algemenen en te bijzondere titel van de houder van de vergunning.
Artikel 3: Vaststelling - Ambtshalve vaststelling
Vaststelling: De vaststelling gebeurt ter plaatse door de gemachtigd ambtenaar. De belastingplichtige wordt tenminste acht kalenderdagen vooraf uitgenodigd per duurzame drager om bij het plaatsbezoek aanwezig te zijn.
Ambtshalve vaststelling: Indien de vaststelling ter plaatse niet mogelijk was of verhinderd werd, kan de vaststelling ambtshalve gebeuren. Vooraleer er wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 4: Berekeningswijze en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 2.500 euro per ontbrekende, niet behouden of, inzake afmetingen of individuele afsluitbaarheid, niet-conforme parkeerplaats en 1.000 euro per ontbrekende, niet behouden of, inzake afmetingen, niet-conforme fietsstelplaats zoals vastgesteld in de omgevingsvergunning, op basis van de afwijkingen op het aantal en de afmetingen van de open & gesloten parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen die opgelegd zijn in de vergunning.
De belasting blijft jaarlijks verschuldigd zolang de houder van de omgevingsvergunning of zijn rechtopvolger(s) de vastgestelde afwijkingen op het aantal, de individuele afsluitbaarheid en/of de afmetingen van de vergunde open & gesloten parkeerplaatsen en vergunde fietststallingen, niet heeft weggewerkt.
De vergoeding wordt aangepast aan de de ABEX-index volgens de formule :
vergoeding x ABEX index maand van kohier
aanvangsindexcijfer
Het aanvangsindexcijfer is de ABEX van november 2018 (809).
Artikel 5: Wijze van invorderen
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7: Bezwaarprocedure
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om elektronische berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
e-mail: openbarewerken@zulte.be
per brief: College van burgemeester en schepenen, Centrumstraat 8 te 9870 Zulte
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 9: Bekendmaking
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).