Terug
Gepubliceerd op 23/12/2024

Besluit  GEMEENTERAAD

di 17/12/2024 - 19:30

AANPASSEN BELASTINGREGLEMENT OP TWEEDE VERBLIJVEN - AANSLAGJAREN 2020 TOT EN MET 2025

Aanwezig: Steven Van Troys, voorzitter
Simon Lagrange, burgemeester
Sophie Delaere, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Francky De Coster, schepenen
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Tony Boeckaert, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Yentl De Wever, Céleste Heyerick, Lieven Lippens, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Berkan Nalli, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, gemeenteraadsleden
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Olivier Peirs, tweede schepen
Bevoegheid
  • De Grondwet artikel 170 § 4.
  • Decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41.

 

Wetten en reglementen
  • Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 zoals van toepassing inzake provincie- en gemeentebelastingen.
  • Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie - en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
  • De omzendbrief van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
  • Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019  houdende goedkeuren van het reglement gemeentebelasting op tweede verblijven - aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025.
Feiten
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie - en gemeentebelastingen, meer bepaald artikel 7, werd gewijzigd door het decreet van 3 mei 2024 (gepubliceerd in het Staatsblad op 31 mei 2024).
    Art. 7.§ 1. Het belastingreglement kan aan de belastingplichtige opleggen om aangifte te doen van gegevens op basis waarvan de belasting vastgesteld wordt.
    Het belastingreglement vermeldt de uiterste datum voor de indiening van de aangifte.
  • Er moet hierdoor dus een aanpassing aan artikel 6 "aangifte van het belastingreglement belasting op tweede verblijven aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025" goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 december 2019, gebeuren.
Motivatie
  • Het bijhouden van de bevolkingsregisters is de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente en is wettelijk geregeld bij de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (BS van 03/09/1991). De inschrijving gebeurt door toedoen en na onderzoek van de gemeente, zodat de bevolkingsregisters correcte informatie verschaffen over het bevolkingsbestand.
  • Deze correcte informatie is noodzakelijk voor statische redenen, zodat een goed bevolkingsbeheer kan gevoerd worden maar is ook noodzakelijk voor de veiligheid en de identificatie van personen. Daarom is het belangrijk dat degene die zich op een verblijfadres kan inschrijven dit effectief doet.
  • De belasting op tweede verblijven kan ertoe bijdragen dat personen die hun feitelijke verblijfplaats in de gemeente Zulte hebben zich effectief laten inschrijven in de bevolkingsregisters voor hun hoofdverblijfplaats.
  • Het is anderzijds ook billijk dat personen, die naast hun hoofdverblijfplaats ook nog over een tweede verblijf beschikken, bijdragen tot de financiële behoeften van de gemeente op vlak van cultuur, wegeninfrastructuur, afvalverwerking en andere.
  • Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woon- en verblijfsgelegenheden die gebruikt worden zonder dat iemand daar zijn hoofdverblijfplaats heeft, dat wil zeggen waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente ontbreekt.
  • Een belasting op tweede verblijven kan gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden en op die manier het residentieel wonen te beschermen en de sociale cohesie te versterken, die in het gedrang komt wanneer woongelegenheden alleen occasioneel of in bijkomende orde gebruikt worden.
  • Tweede verblijven nopen de gemeente tot extra aandacht en opvolging in onregelmatige seizoen- of vakantiegebonden periodes en tot extra administratieve inspanningen omdat er weinig zicht is op het aantal effectieve gebruikers en deze vaak niet bij naam en effectieve woonplaats gekend zijn en niet persoonlijk aangesproken kunnen worden.
  • Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister brengt ook minder ontvangsten mee voor de gemeente op het vlak van aanvullende personenbelasting.
  • De bewoners van tweede verblijven maken enerzijds wel gebruik van de gemeentelijke infrastructuur, maar anderzijds leveren zij geen financiële bijdrage via de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting op dit tweede verblijf.
  • De financiële toestand van de gemeente Zulte rechtvaardigt en vereist de invoering van rendabele belastingen.
  • Door de  wijziging van art. 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen moet artikel 6 "aangifte van  het belastingreglement i.v.m. belasting op tweede verblijven aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025" vastgesteld in de gemeenteraad van 17 december 2019, aangepast worden.
  • De gemeenteraad keurt met ingang van 1 januari 2025 de aanpassing aan het belastingreglement op tweede verblijven, goed.
  • Het belastingreglement loopt tot en met 31 december 2025.
Bespreking
  • Burgemeester Simon Lagrange licht het agendapunt ter zitting toe.
Beslissing

Artikel 1: De gemeenteraad keurt het aangepast belastingreglement op tweede verblijven, goed.
Onderhavig reglement treedt in werking op  1 januari 2025 en eindigt op 31 december 2025.


Artikel 2:
Het reglement wordt vastgesteld als volgt:


BELASTINGREGLEMENT OP TWEEDE VERBLIJVEN - AANSLAGJAAR 2025

Geldigheidsduur

Artikel 1: Voor de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven.


Belastbare grondslag

Artikel 2: Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die voor de eigenaar of voor de huurder ervan niet tot hoofdverblijfplaats dient maar die op elk ogenblik voor bewoning kan gebruikt worden. Voor het verblijf is niemand ingeschreven in het bevolking- of vreemdelingenregister van de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Het kan hierbij gaan om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair en van een leveringscontract elektriciteit worden als belangrijke indicaties weerhouden.

 

Vrijstellingen

Artikel 3: Vallen niet onder toepassing van de belasting:

  • het lokaal uitsluitend bestemd voor de uitoefening van een beroepsactiviteit;
  • de tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij zij minstens zes maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen;
  • de leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in het aan het belastingjaar voorafgaand kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend.
  • alle woongelegenheden die ressorteren of vrijstelling genieten van de gemeentelijke leegstandsheffing, zoals vastgesteld in het reglement gemeentebelasting op leegstaande gebouwen woningen, kamers en overige woongelegenheden, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 17 december 2019.

 

Belastingplichtige

Artikel 4: De belasting is ondeelbaar en voor het gehele belastingjaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is op 1 januari van het aanslagjaar van het betreffende pand.

In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker. De eigenaar is hoofdelijk mee aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

In geval van eigendomsoverdracht is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd te rekenen vanaf 1 januari die volgt op de datum van de akte van eigendomsoverdracht.

 

Aanslagvoet

Artikel 5: De belasting bedraagt 500,00 EUR per jaar per tweede verblijf.

 

Aangifte

Artikel 6:

  1. De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, uiterlijk 31 januari van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur van Zulte.
  2. Om de aangifteplicht voor de belastingplichtige te vereenvoudigen dient de belastingplichtige de aangifte niet terug te zenden aan het gemeentebestuur indien zich geen wijzigingen voordoen aan de belastbare grondslag en dit vanaf het tweede aanslagjaar waarvoor de belasting zal worden gevestigd. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van deze vereenvoudigde aangifte, zal de belasting berekend worden op basis van de laatst ingediende aangifte.
  3. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden, uiterlijk 31 januari van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
  4. In geval van eigendomsoverdracht in de loop van het jaar dient de aangifte binnen de maand te geschieden. De belasting is dan pas verschuldigd in hoofde van de nieuwe eigenaar vanaf 1 januari van het volgende aanslagjaar.

 

Ambtshalve belasting

Artikel 7: Bij gebreke aan aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Wijze van invorderen

Artikel 8: De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Betalingstermijn

Artikel 9: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Bezwaarprocedure

Artikel 10: Beroepsprocedure bij belasting

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingschuldige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding gestuurd.

 

Overgangsmaatregelen

Artikel 11: De belastingplichtige die belast werd overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019 “reglement gemeentebelasting op tweede verblijven – aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025 en waarvan de gegevens gekend zijn bij de gemeente, dient geen nieuwe aangifte in te dienen. De laatst ingediende aangifte geldt als vereenvoudigde aangifte. De belasting zal berekend worden op basis van deze laatst ingediende aangifte.


Artikel 3: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2025 en vervangt het voorgaande besluit en reglement terzake. Bij de inwerkingtreding van dit belastingreglement wordt het reglement dat vastgesteld werd door de gemeenteraad in zitting van 17 december 2019 belastingreglement belasting op tweede verblijven aanslagjaren 2020 t.e.m. 2025 opgeheven.

 

Artikel 4: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, 287 en 330 van het decreet lokaal bestuur en overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van een lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones en latere wijzigingen.

 

Artikel 5: Het belastingreglement wordt digitaal aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.