Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 december 2021 worden goedgekeurd.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement Tussenkomst in de verblijfskosten van een woonzorgcentrum goed.
Artikel 1 : Wettelijke basis
Artikel 2: Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tussenkomst
§1. De aanvrager moet op het ogenblik van zijn/haar opname in het woonzorgcentrum voor zijn/haar hoofdverblijfplaats ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Zulte (cfr. De wet van 2 april 1965).
§2. De aanvrager is behoeftig en zijn inkomsten ontoereikend om het verblijf in het woonzorgcentrum te bekostigen. De inkomsten kunnen de volgende zijn :
Dit gaat om een niet limitatieve lijst.
§3. Indien de aanvrager onder bewind werd geplaatst, dan verbindt deze zich ertoe om vanaf de datum van opname met financiële tussenkomst van het OCMW alle financiële middelen van de aanvrager aan te wenden voor de verblijfskosten, na verrekening van de erelonen.
Artikel 3 : Specifieke bepalingen
§1. Het woonzorgcentrum mag geen waarborg voor de kamer vragen, gezien het OCMW-Zulte garant staat voor de tussenkomst in de verblijfskosten.
§2. Volgende kosten komen in aanmerking voor ten laste name:
§3. Volgende kosten dienen in een afzonderlijke steunaanvraag voorgelegd te worden aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst:
§4. Volgende kosten dienen door de aanvrager zelf bekostigd te worden:
§5. Het zakgeld is vastgelegd volgens de bepaling van het KB van 25 april 2004 tot vaststelling van het statuut van het zakgeld van sommige rusthuisbewoners en tot bepaling van de kosten die niet op dit zakgeld mogen worden aangerekend in uitvoering van artikel 98 §1, derde lid van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra maatschappelijk welzijn.
§6. Personen die met een financiële tussenkomst van het OCMW opgenomen worden of zijn en beschikken over een spaarreserve, dienen deze reserve te behouden voor hun uitvaart. Deze reserve mag maximaal 2.000 euro per persoon bedragen.
§7. Indien er een onroerend goed in volle eigendom is en er geen thuiswonende partner is en de woning is verhuurbaar, wordt gevraagd deze binnen de 6 maand vanaf het verlenen van de tussenkomst te verhuren. Indien de woning niet verhuurbaar is, wordt gevraagd deze te verkopen binnen het jaar. Het OCMW kan een hypothecaire inschrijving nemen op de eigendom.
§8. Er mag geen sprake zijn van doelbewuste verarming in de laatste 5 jaar.
§9. Indien de mogelijkheid zich voordoet dat een andere instelling, al dan niet gelegen in de buurgemeenten, een kamer aanbiedt aan de aanvrager, dan moet dit voorafgaandelijk gemeld worden aan het OCMW. Het OCMW zal deze optie bekijken waarbij er rekening wordt gehouden met de sociale en financiële context van de aanvrager.
Een overplaatsing naar een andere instelling moet minimum aan volgende voorwaarden voldoen:
de kamer moet een gelijke of goedkopere dagprijs hebben en het moet de goedkoopste vrijstaande kamer van de instelling zijn.
Het OCMW kan proactief op zoek gaan naar een goedkopere kamer in een andere instelling wanneer blijkt dat de goedkoopste dagprijs van een kamer hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde.
§10. Er wordt een maximum dagprijs vastgelegd van 65 euro. Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 4 : Aanvraag
§1. Bij elke aanvraag tot ten laste name gebeurt er een sociaal financieel onderzoek naar de roerende en onroerende goederen.
De aanvrager zal de maatschappelijk werker inzage geven in zijn/haar patroon van inkomsten en uitgaven en persoonlijke rekeninguittreksels van de laatste 5 jaar. Indien nodig kan er in het kader van het sociaal financieel onderzoek extra informatie of bewijsstukken opgevraagd worden om het onderzoek te vervolledigen. Indien de rekeninguittreksels niet voorgelegd kunnen worden, dan wordt er een bankonderzoek opgestart.
§2. Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst zal op basis van de vaststellingen uit het sociaal financieel onderzoek de aanvraag beoordelen.
§3. Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst kan slechts afwijkingen op het reglement toestaan in uitzonderlijke situaties en op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag.
Artikel 5 : Thuiswonende partner
§1. Indien de thuiswonende partner zijn eigen pensioen ontvangt, dan wordt gevraagd om een gedeelte van zijn pensioen door te storten. De thuiswonende partner beschikt voor zijn eigen levensonderhoud over een bedrag gelijk aan het Inkomen Garantie Ouderen, categorie alleenstaande. Afwijkingen zijn mogelijk op basis van een grondig gemotiveerd sociaal verslag.
§2. Indien de partners een gezinspensioen ontvangen, zal het OCMW aan de Federale Pensioendienst vragen om het pensioen op te splitsen.
Artikel 6 : Onderhoudsplicht
§1. Het OCMW kan beslissen om ten belope van de financiële tussenkomst krachtens een eigen recht beroep te doen op de tussenkomst van de onderhoudsplichtige kinderen en of echtgenoot (conform de geldende wetgeving).
§2. Het OCMW verhaalt de onderhoudsplicht tot in de eerste graad (descendenten en ascendenten). In uitzonderlijke situaties kan de onderhoudsplicht verhaald worden tot in de tweede graad, op basis van een grondig gemotiveerd verslag.
§3. Het bedrag van de terugvordering wordt berekend op de basis van een uniforme schaal van tussenkomsten (vastgelegd conform Koninklijk Besluit van 9 mei 1984 uitvoering van artikel 100 bis §1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn).
§4. De onderhoudsplicht zal jaarlijks herzien worden door de dossierbeheerder en wordt voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Artikel 7 : Verplichting van het woonzorgcentrum
§1. Het woonzorgcentrum moet tijdig ziekenhuisopnames en het overlijden van de cliënt melden.
§2. Het woonzorgcentrum moet het OCMW op de hoogte brengen van de residenten die een bedrag gelijk aan het jaarbedrag van het zakgeld opgespaard hebben.
§3. Indien het woonzorgcentrum kamers met verschillende dagprijzen heeft, wordt gevraagd de aanvrager in de goedkoopste kamer te huisvesten. Een duurdere kamer kan enkel wanneer de persoon met hoogdringendheid werd opgenomen. Het woonzorgcentrum dient de aanvrager op termijn te verhuizen naar een goedkopere kamer.
§4. Het woonzorgcentrum maakt maandelijks een individuele factuur per aanvrager. De factuur vermeldt minimaal volgende gegevens, duidelijk gespecifieerd:
§5. De specifieke uitgaven dienen steeds bewezen te worden aan de hand van bewijsstukken, bijgevoegd bij de factuur.
§6. De factuur van de aanvrager dient rechtstreeks aan het OCMW bezorgd te worden.
Artikel 8 : Controle en uitbetaling
§1 De dossierbeheerder ontvangt de factuur maandelijks en doet de controle vooraleer door te geven aan de financiële dienst.
Artikel 9 : Stopzetting en terugvordering
§1. De tussenkomst in de verblijfskosten van het woonzorgcentrum wordt jaarlijks herzien en terug vorderbaar gesteld. De terugvordering omhelst het bedrag dat het OCMW betaald heeft aan het woonzorgcentrum waarbij de geïnde onderhoudsbijdrage werd verrekend.
§2. Indien er vastgesteld wordt op het ogenblik van de herziening dat de bewoner voldoende financiële middelen heeft om zijn opname te bekostigen, zal de stopzetting tussenkomst voorgelegd worden aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
§3. In geval van vrijwillige onjuiste of onvolledige aangifte van inkomsten en/of vermogen van de aanvrager, vordert het OCMW het geheel van de kosten van de maatschappelijke dienstverlening terug, ongeacht de financiële toestand van betrokkene zoals door de wet bepaald.
§4. Indien de aanvrager die met een financiële tussenkomst van het OCMW verblijft in een woonzorgcentrum beschikt over een volle of blote eigendom, moet de financieel directeur van het OCMW een wettelijke hypotheek vestigen voor een door hem/haar nader te bepalen bedrag.
§5. In geval van overlijden van de aanvrager waarvoor het OCMW financieel is tussengekomen, zal het OCMW de financiële tussenkomst gegeven tijdens de laatste 5 jaar voor het overlijden kunnen terugvorderen van de erfgenamen en dit ten belope van het actief van de nalatenschap.
Artikel 10 : Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2022.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Financiële en Sociale Hulp en aan de financiële dienst.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: De heer Francky De Coster, lid van het vast bureau en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, wordt met ingang van 1 januari 2022 aangeduid als effectief vertegenwoordiger in de raad van bestuur van RSVK Waregem voor de resterende duur van de legislatuur (i.p.v. mevrouw Linda Detailleur).
Het mandaat van de heer Michaël Vandemeulebroecke, lid van het vast bureau, als effectief vertegenwoordiger in de raad van bestuur van RSCK Waregem blijft behouden voor de resterende duur van de legislatuur.
Artikel 2: Mevrouw Kathleen Blauwblomme, raadslid wordt aangeduid als effectief vertegenwoordiger in de algemene vergadering van RSVK Waregem voor de resterende duur van de legislatuur (i.p.v. de heer Francky De Coster).
Het mandaat van mevrouw Natasja De Vos, raadslid en ondertussen ook schepen- als effectief vertegenwoordiger in de algemene vergadering van RSVK Waregem blijft behouden voor de resterende duur van de legislatuur.
Het mandaat van mevrouw Sally Cosijns, raadslid van de CD&V-fractie als effectief vertegenwoordiger in de algemene vergadering van RSVK Waregem blijft behouden voor de resterende duur van de legislatuur.
Artikel 3: Een afschrift van het besluit wordt overgemaakt aan de heer Bjorn Thienpont, coördinator van het RSVK Waregem, Schakelstraat 41, 8790 Waregem.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Sylvie Bohez
algemeen directeur
Olivier Peirs
voorzitter