Enig artikel: De notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 mei 2026 worden goedgekeurd.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening 2025 deel OCMW vast. De jaarrekening en de verplichte documentatie worden als bijlage toegevoegd en geviseerd.
Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §1 3° van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester het besluit en de inhoud van het beleidsrapport bekend via de webtoepassing van de gemeente binnen de 10 dagen nadat ze genomen zijn.
Op dezelfde dag brengt de gemeente overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de aanpassing van het gecoördineerd retributiereglement 2026-2031 Sociaal Huis vast. Het reglement wordt als bijlage bij het besluit gevoegd en geviseerd.
Artikel 2: Het reglement treedt in werking op 23 juni 2026. Het reglement vervangt het gecoördineerd tariefreglement van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2025, dat wordt opgeheven met ingang van 23 juni 2026.
Artikel 3: De voorzitter van het vast bureau maakt de reglement via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2. In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de beheersovereenkomst en bijhorende verwerkersovereenkomst tussen het lokaal bestuur Zulte en Dimensa Woonmaatschappij BV over het beheer van 21 sociale appartementen goed. Dit betreft 6 appartementen in de Karperstraat 8 A t.e.m. F, 10 appartementen in de Zandbergstraat 1 t.e.m. 10 en 5 appartementen in de Groeneweg 86 bus 00.01 t.e.m. 02.01 te 9870 Zulte. De beheersovereenkomst en verwerkersovereenkomst wordt in bijlage geviseerd.
Artikel 2: De beheersovereenkomst gaat in op 1 augustus 2026 en neemt een einde bij de verkoop van de 21 sociale appartementen aan Dimensa Woonmaatschappij BV.
Artikel 3: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur maakt de voorzitter van het vast bureau het besluit en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente.
Op dezelfde dag brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het protocol goed voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Dimensa Woonmaatschappij en OCMW Zulte, in het kader van het opstellen van een begeleidingsovereenkomst voor huurders en kandidaat-huurders en het opzeggen van de huurovereenkomst. Het protocol wordt als bijlage bij het besluit geviseerd.
Artikel 2: Het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Dimensa Woonmaatschappij en OCMW Zulte gaat in op 1 september 2026.
Artikel 3: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur maakt de voorzitter van het vast bureau het besluit en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente.
Op dezelfde dag brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Artikel 1: Het reglement tussenkomst in kader van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen wordt vastgesteld met ingang van 1 juli 2026. Het reglement wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1: Bevoegdheid
Toekennen van individuele steun op het vlak van maatschappelijke dienstverlening is een bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 113 decreet lokaal bestuur). Indien dit gaat over steun als dringende steun, dan is dit de bevoegdheid van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 114 decreet lokaal bestuur).
Artikel 2: Doelstelling
De tussenkomst in kader van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen heeft als doel dreigende uithuiszettingen omwille van huurachterstal te vermijden.
Artikel 3: Doelgroep
De financiële tussenkomst in kader van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen kan enkel worden toegekend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Artikel 4: Steun
Wettelijke bepaling van overheidswege:
De financiële tussenkomst bedraagt maximum 50% van de huurachterstand en maximum de maximale tussenkomst volgens de richtlijnen van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen (in 2026 is dit maximum 1.568 euro). Deze tussenkomst wordt binnen de 10 werkdagen na ondertekening van de begeleidingsovereenkomst door het OCMW betaald aan de verhuurder. Voor de overige huurachterstand wordt in de begeleidingsovereenkomst een afbetaalplan voorzien. De duurtijd en de voorwaarden hiervan worden in samenspraak met de huurder, verhuurder en het OCMW bepaald. Het OCMW heeft wettelijk bepaald de vrije keuze om de tussenkomst al dan niet terug te vorderen van de huurder.
Keuze bepaald door het OCMW van Zulte en goedgekeurd door raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2026:
De tussenkomst wordt in principe niet teruggevorderd van de huurder.
De cliënt wordt hiervan in kennis gesteld bij de bespreking van de begeleidingsovereenkomst.
Artikel 5: Tegemoetkoming
Nadat de begeleidingsovereenkomst werd ondertekend en ingediend, en deze door het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen werd goedgekeurd, ontvangt het OCMW eenmalig een forfaitair bedrag (in 2026 is dit 251 euro) en een eerste tegemoetkoming op basis van de huurachterstand (in 2026 is dit 25% van de huurachterstand, met een maximum van 784 euro).
Bij het bereiken van een stabiele woonsituatie, ontvangt het OCMW binnen de 6 maand na het bereiken van deze stabiele woonsituatie een tweede tegemoetkoming (in 2026 is dit 35% van de huurachterstand met een maximum van 1.098 euro in 2026).
We spreken van een stabiele woonsituatie in twee verschillende situaties:
Situatie 1: De huurder woont nog steeds in dezelfde huurwoning.
Als aan beide voorwaarden is voldaan, is er een stabiele woonsituatie.
Situatie 2: De huurder verhuisde naar een andere huurwoning.
Op het einde van de begeleidingsovereenkomst moet de begeleidingsovereenkomst correct zijn nageleefd en moet de huurder alle betalingen verricht hebben aan de verhuurder.
Op het ogenblik van de beëindiging van de huurovereenkomst, mag de huurder geen nieuwe achterstal opgebouwd hebben.
Als aan beide voorwaarden is voldaan, is er een stabiele woonsituatie.
Artikel 6: Procedure
Artikel 7: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur maakt de voorzitter van het vast bureau het besluit en de inhoud ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente (gekwalificeerd als "reglement").
Op dezelfde dag brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur de toezichthoudende overheid op de hoogte.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement inzake het werknemersstatuut voor onthaalouders gezinsopvang goed.
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
De werknemers-onthaalouders volgen - behoudens de afwijkingen in dit reglement - de bepalingen in de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement.
REGLEMENT
Artikel 1: Arbeidsovereenkomst
De werknemer-onthaalouder wordt tewerkgesteld als contractuele bediende met een arbeidsovereenkomst thuisarbeid van onbepaalde duur.
In een arbeidsovereenkomst thuisarbeid werken onthaalouders met een voltijds contract 50 uur/week. Onthaalouders met een 4/5 contract 40 uur/week. Ze werken met andere woorden 10 uren per dag.
Artikel 2: Salarisschaal
De werknemer-onthaalouder start in E1 schaal. De regelingen betreffende overname van relevante anciënniteit bij indiensttreding volgen de rechtspositieregeling. Administratieve en geldelijke anciënniteiten worden opgebouwd overeenkomstig de rechtspositieregeling.
Daarnaast ontvangen zij nog variabele en vaste onkosten, die belastingvrij zijn.
Artikel 3: Openingsuren/uurrooster
De werknemer-onthaalouder werkt volgens een vast uurrooster, die tevens de openingsuren zijn. De opvang is 10 uren/dag open.
Artikel 4: Overuren
De werknemer-onthaalouder bouwt geen overuren op die ze achteraf kan terugnemen.
Enkel bijscholingen en medisch onderzoek worden beschouwd als grondslag voor overuren.
Artikel 5: Overmacht bij onthaalouder
Er kan zich soms een situatie van overmacht voordoen (bv. opvang moet sluiten o.w.v. besmettelijke ziekte van een gezinslid of de onthaalouder heeft bv. gedurende de gehele dag geen elektriciteit). De werknemer-onthaalouder dient verlof te nemen in geval van overmacht en licht de ouders in.
Artikel 6: Verlofdagen
De regels betreffende verlof- en feestdagen volgen de rechtspositieregeling. Een voltijdse werknemer-onthaalouder heeft per dienstjaar recht op 33 verlofdagen en op 14 feestdagen. De verlofdagen worden opgenomen in halve (5 uren) en volle (10 uren) dagdelen.
De vastgestelde brugdagen gelden voor de werknemer-onthaalouder.
Artikel 7: Onkostenvergoeding, boetes en toeslagen
De werknemer-onthaalouder heeft een maandloon met een onbelastbare vaste en variabele onkostenvergoeding.
De geïnde boete bij laattijdig afhalen van een kind, is een inkomst voor de organisator en wordt niet doorgestort aan de werknemer-onthaalouder. De afvalvergoeding wordt eveneens niet doorgestort aan de medewerker-onthaalouder.
De installatiepremie voor nieuw startende werknemer-onthaalouders (in Zulte) blijft behouden.
Verplaatsingskosten kunnen enkel voor een gevolgde vorming ingediend worden. Er kunnen bijvoorbeeld geen verplaatsingskosten ingediend worden voor de boodschappen die nodig zijn voor het organiseren van de opvang.
Artikel 8: Extralegale voordelen
De regels betreffende de extralegale voordelen volgen de rechtspositieregeling.
Artikel 9: Bezetting
De dienst Onthaalouders streeft naar een bezetting van minimum 5 voltijdse kinderen per dag bij de werknemer-onthaalouder.
Meer kinderen opvangen kan, indien de draagkracht van de onthaalouder en de vergunningsvoorwaarden dit toelaten.
Artikel 10: Aanwerving
De werknemer-onthaalouder dient de eed af te leggen in handen van het vast bureau: “Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen”.
Artikel 2: Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 april 2022 houdende goedkeuren reglement werknemersstatuut onthaalouders wordt opgeheven vanaf 1 juli 2026.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de dienst Onthaalouders, dienst Personeel en aan de financiële dienst.
Artikel 4: De voorzitter van het vast bureau maakt het reglement (en de inhoud ervan) via de webtoepassing van de gemeente bekend overeenkomstig artikel 285 §2 en artikel 286 §2.
In uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op dezelfde dag als de bekendmaking van de besluiten op de webtoepassing van de gemeente, de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Sylvie Bohez
algemeen directeur
Tony Boeckaert
voorzitter