Artikel 1: Heffingstermijn - belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten.
Artikel 2: Belastbaar voorwerp en definities
Artikel 3: Belastbaar tijdstip
Artikel 4: Belastingplichtige
Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief
Voor aanslagjaar 2026 wordt het basisbedrag van de belasting, op basis van het gewicht van het niet-geadresseerde drukwerk en de gelijkgestelde producten, vastgesteld als volgt:
| 0-19 gram
|
0,03 euro/verspreid exemplaar |
| 20-99 gram
|
0,06 euro/verspreid exemplaar |
| 100-499 gram
|
0,13 euro/verspreid exemplaar |
| Vanaf 500 gram
|
0,19 euro/verspreid exemplaar |
Per verspreiding bedraagt de heffing minimum 30 euro.
Vanaf het aanslagjaar 2027 wordt het basisbedrag van de belasting jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule en waarbij het geïndexeerde bedrag wordt afgerond op 0,01 euro. Indien het resultaat van de afronding status quo is, wordt de volgende indexering berekend op het niet-afgeronde bedrag.
bedrag belasting aanslagjaar X= bedrag aanslagjaar 2026 * index september jaar (X-1)
index september 2025
Het al dan niet volledig bedrukt zijn van het blad geeft geen aanleiding tot vermindering van de belasting.
Artikel 6: Vrijstellingen
Vrijstelling wordt verleend voor:
§1 Eenbladige drukwerken die kleiner of gelijk zijn aan 1 A4 (Europees formaat) met een maximum van 4 vrijgestelde verspreidingen per jaar.
§2 Drukwerken van sport-, jeugd-, socio-culturele verenigingen, erkende feestcomités, onderwijsinstellingen, openbare besturen en politieke partijen, met een maximum van 8 vrijgestelde verspreidingen per jaar.
§3 Drukwerken die namens politieke partijen of groeperingen die een lijst indienden voor de Europese, de federale, de gewestelijke, de provinciale of de gemeentelijke verkiezingen voor zover deze drukwerken worden verspreid in een periode ingaande op de datum vastgesteld voor het indienen van de voordrachten tot en met de verkiezingsdatum.
§4 Drukwerken die verband houden met een gemeentelijke volksraadpleging, en dit voor zover de drukwerken of producten verspreid worden in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in art. 310 van het decreet lokaal bestuur en de beslissing van de gemeenteraad om op een dergelijk verzoek niet in te gaan, of in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in art. 310 van het decreet lokaal bestuur en de dag van de volksraadpleging of in de periode tussen de beslissing van de gemeenteraad op eigen initiatief en de dag van de volksraadpleging.
§5 De periodieke verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk, waarin voor minstens 10% van de totale oppervlakte gratis gemeentelijke info wordt opgenomen op basis van een overeenkomst met de gemeente.
§6 Een beperkte vrijstelling voor één jaar voor drukwerken van opstartende ondernemingen in Zulte (te rekenen vanaf de datum van eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen) of handelszaken die hun zetel verhuizen naar het grondgebied van Zulte (te rekenen vanaf de datum van officiële zetelverplaatsing volgens de Kruispuntbank van Ondernemingen), als stimulans om de nodige bekendheid te verwerven in de startperiode die gepaard gaat met bijzondere investeringen en financiële inspanningen, met een maximum van 4 vrijgestelde verspreidingen.
§7 Een beperkte vrijstelling voor de drukwerken die uitgaan van handelaars die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de gemeente Zulte met een duur van meer dan twee maanden, met een maximum van 4 vrijgestelde verspreidingen. De vrijstelling is van toepassing voor de volledige duur van de hinder en voor de periode van één maand voor en één maand erna. Een vrijstelling wordt verleend na een positief advies van de bevoegde gemeentelijke dienst waarbij wordt bevestigd dat er werken op het openbaar domein worden uitgevoerd die ervoor zorgen dat de inrichting hinder ondervindt.
§8 Rouwberichten.
Artikel 7: Aangifteplicht
§1 Elke belastingplichtige moet de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten als volgt aangeven bij het gemeentebestuur:
§2 De aangifte gebeurt door middel van een aangifteformulier dat op vraag van de belastingplichtige door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld, of dat de belastingplichtige kan downloaden op de gemeentelijke website. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgesteld product. De aangifte moet altijd ingediend worden, ongeacht of er een eventuele vrijstelling van toepassing is. De belastingplichtige kan zijn aangifte indienen via de volgende kanalen:
Als de aangifte, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 8: Procedure ambtshalve vaststelling
§1 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 7, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast, mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen.
In voorkomend geval wordt de ambtshalve aanslag als volgt gevestigd (onverminderd het recht van bezwaar en beroep):
§2 Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen, of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van artikel 7, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven, vermeld in het voorgaande lid, voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.
§3 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in §2, alinea 1 van dit artikel, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om elektronische berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop de kennisgeving voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
§4 Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Artikel 9: De aangestelde ambtenaren zijn bevoegd alle inbreuken op het huidige reglement vast te stellen.
Artikel 10: Belastingverhoging
De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25% bij een eerste en tweede inbreuk en met 50% bij de derde en volgende inbreuken. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 11: Wijze van invorderen
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12: Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13: Bezwaarprocedure
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet van 30 mei 2008 bepaalt dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het bezwaar moet worden ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om elektronische berichten uit te wisselen, zoals de eBox, wordt het aanslagbiljet geacht te zijn ontvangen op het tijdstip waarop het aanslagbiljet voor de belastingplichtige toegankelijk wordt.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
e-mail: financieledienst@zulte.be
per brief: College van burgemeester en schepenen, Centrumstraat 8 te 9870 Zulte
Artikel 14: Inwerkingtreding
Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 15: Bekendmaking
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).