Terug
Gepubliceerd op 28/05/2026

Besluit  RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

di 26/05/2026 - 19:30

VASTSTELLEN MINIRECHTSPOSITIEREGELINGEN ARTIKEL 60 §7 EN JOBSTUDENTEN, ARTIKEL 17 TEWERKSTELLINGEN EN FLEXIJOBBERS GEMEENTE EN OCMW MET TERUGWERKENDE KRACHT MET INGANG VAN 1 MEI 2026

Aanwezig: Tony Boeckaert, voorzitter
Simon Lagrange, voorzitter van het vast bureau
Sophie Delaere, Olivier Peirs, Michaël Vandemeulebroecke, Fauve Tack, Steven Van Troys, leden van het vast bureau
Ward Baeten, Rudy Beulque, Kathleen Blauwblomme, Catherine De Smet, Marc Devlieger, Katrien De Waele, Yentl De Wever, Luc Millecamps, Marc Nachtergaele, Berkan Nalli, Luc Roggeman, Delphine Vandenbossche, Stephen Vandenbossche, Tania Verpraet, Marc Vanden Heede, Aline Van den Weghe, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn
Sylvie Bohez, algemeen directeur
Verontschuldigd: Céleste Heyerick, Lieven Lippens, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn
Bevoegdheid
  • Artikel 186 §1 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel vaststelt. De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van rechtswege van toepassing op het personeelslid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient en dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente.

  • Overeenkomstig artikel 186 §2 van het decreet lokaal bestuur stelt de raad voor maatschappelijk welzijn de rechtspositieregeling vast voor:

    1. het specifiek personeel, waaronder wordt verstaan het personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat in de gemeente die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedient;
    2. de maatschappelijk werker, vermeld in artikel 183, §1;
    3. het voltallige personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan de werking gebaseerd is op federale of gewestelijke financiering met bijbehorende werkings- en erkenningsregels en voor het voltallige personeel van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat ingezet wordt voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers.
Wetten en reglementen
  • Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2026 tot vaststelling van de rechtspositieregeling voor de gemeente en het OCMW met ingang vanaf 1 januari 2026.
Feiten
  • Op 27 januari 2026 werd de lokale rechtspositieregeling grondig geactualiseerd. Daarin wordt tegemoetgekomen aan bepaalde verzuchtingen van het personeel, houden we rekening met het financiële plaatje en proberen we zo efficiënt mogelijk te werken.
  • In artikel 1 worden een aantal personeelsleden uitgesloten uit het toepassingsgebied aangezien er specifieke regels voor hen gelden.
  • Het betreft:
    • De OCMW-cliënten die met toepassing van artikel 60 §7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 tijdelijk tewerkgesteld worden in een betrekking bij het OCMW of ter beschikking gesteld worden aan een derde;
    • De personen die tewerkgesteld zullen worden met een flexi-jobarbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3,4° van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
    • De personen die activiteiten verrichten als bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
    • De jobstudenten.
  • In het besluit werd gesteld dat er voor deze categorieën minirechtspositieregelingen zouden opgesteld worden aangezien er heel eigen regels van toepassing zijn.
Adviezen
  • Op 7 mei 2026 vond het syndicaal onderhandelingscomité plaats waar een protocol van akkoord werd gesloten, met uitzondering van het deel flexijobbers. Het ACOD is principieel tegen het gebruik van flexijobbers in het lokaal bestuur. Er werd beslist om, zoals dit reglementair kan, toch verder te gaan en ook de minirechtspositieregeling voor de flexijobbers te agenderen.
  • Momenteel maakt het bestuur nog geen gebruik van flexijobbers en is dit bv. ook nog niet mogelijk voor kinderbegeleiders. Indien dit ooit wel het geval is, dan willen we dit bekijken.
  • Tijdens de onderhandeling kwam er geen weerstand op het met terugwerkende kracht van toepassing verklaren van de minirechtspositieregelingen vanaf 1 mei 2026.
Motivatie
  • In het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2026 werd gesteld dat er voor een aantal uitgesloten categorieën een minirechtspositieregeling zou opgesteld worden aangezien er heel eigen regels van toepassing zijn.
  • We willen deze graag met terugwerkende kracht laten ingaan vanaf 1 mei 2026 aangezien er een artikel 60 §7 kan tewerkgesteld worden in mei 2026.
Beslissing

Artikel 1: De minirechtspositieregelingen voor het OCMW-cliënteel tewerkgesteld in het kader van artikel 60 §7 OCMW-wet en voor de jobstudenten, artikel 17 tewerkstellingen en flexijobbers voor het gemeente- en OCMW-personeel worden vastgesteld zoals in bijlage en worden als bijlage geviseerd. De nieuwe minirechtspositieregelingen treden in werking met terugwerkende kracht op 1 mei 2026.

 

Artikel 2: Overeenkomstig artikel 286 §2 van het decreet lokaal bestuur wordt het besluit en de inhoud ervan door de voorzitter van het vast bureau bekend gemaakt op de webtoepassing van de gemeente. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente brengt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.